De NS was vijftien jaar geleden blij dat ze af was van suffe spoorlijntjes als Groningen-Veendam en Winterswijk-Zutphen. Maar inmiddels groeit het aantal reizigers daar sterker dan op de drukke trajecten.
Nog niet zo lang geleden waren lijnen als Zutphen-Winterswijk, Veendam-Groningen en Arnhem-Tiel ten dode opgeschreven.
Het was een kwestie van tijd voor de laatste trein voorbij zou komen en de
laatste machinist het licht uit zou doen.
Anno 2008 is alles
anders. De regionale spoorlijnen waar de NS heeft plaatsgemaakt voor andere
vervoersbedrijven, beleven een revival. Tussen 2002 en 2006 groeide het
aantal reizigers op de regionale spoorlijnen met bijna 12 procent, een
percentage dat bijna twee keer zo hoog is als op de lijnen waar de NS wel is
blijven rijden. In het westen blijft de groei vooralsnog achter, maar vooral
in het oosten en noorden was die zeer groot.
Het is er nu zo druk
dat twee trajecten al de officiële status overbelast hebben verkregen:
Arnhem-Zevenaar en Amersfoort-Ede. Die laatste lijn raakt dat predikaat
komend jaar weer kwijt, omdat goederenvervoerder Railion haar treinen over
andere sporen laat rijden. Maar tussen Arnhem en Zevenaar is sprake van
structurele overbelasting van het spoor. In de spits staan is al niets
bijzonders meer geworden. De gemiddelde bezetting van een spitstrein is er
nu 126 procent, wat betekent dat een kwart van de mensen moet staan.
De opleving komt nadat de exploitatie in handen is gekomen van provincies. En
vaak nadat er openbare aanbestedingen zijn geweest. Waar een lijn in de
Achterhoek of Oost-Groningen voor de NS vooral een kostenpost was, waren ze
voor provincies en kleine vervoersbedrijven als Syntus juist zeer
interessant. Syntus ontwikkelde in de Achterhoek een systeem waarbij de bus
op de trein aansloot. Dat idee werd elders overgenomen en zorgde voor extra
reizigers in de trein.
De groei gaat in de komende jaren naar
verwachting verder. De provincies zijn zeer optimistisch gestemd. Zo
verwacht Gelderland op het traject Amersfoort-Ede in iets meer dan tien jaar
een ruime verdubbeling van het aantal passagiers. Het Kennisinstituut voor
Mobiliteit (KiM) is minder optimistisch maar rekent nog altijd op een groei
van 76 procent.
Inmiddels willen de regionale overheden nog meer.
Ze willen extra rails, extra stations en elektrificatie van lijnen. Of er
voor al deze ambities geld is, is maar zeer de vraag. Minister Eurlings
heeft voorlopig niet meer dan 139 miljoen euro uitgetrokken.
Voor
dure plannen voor extra spoor of extra stations op de regiolijntjes heeft
hij helemaal geen geld uitgetrokken. De wensen en ambities van alle
regionale overheden heeft hij alleen onder het kopje 'ambitie' opgesomd.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties











