De hoofdredacteur van De Gelderlander wil graag in gesprek met de man die medewerkers van de krant bedreigde.
NIJMEGEN - Als je iemand ‘gebrek aan burgermoed’ verwijt, maak je hem in weliswaar nette bewoordingen uit voor lafaard. Immers, als je niet moedig bent, dan durf je de confrontatie niet aan. Dan ben je bang en laf.
De hoofdofficier van justitie in Arnhem vindt de hoofdredacteur van de Gelderlander zo iemand. Nog niet eens zo heel lang geleden was een dergelijk verwijt een onaanvaardbare belediging die alleen met de handschoen kon worden beantwoord. Een duel op leven en dood volgde, met het pistool of de degen, want alleen op die manier kon de belediging ongedaan worden gemaakt en de goede naam in ere hersteld.
Inmiddels zijn we tweehonderd jaar verder en is het dunne laagje beschaving van de moderne mens een fractie dikker geworden. Conflicten worden in dit deel van de wereld niet meer onmiddellijk met geweld beslecht. In plaats daarvan gaan we met elkaar in gesprek, teneinde de meningsverschillen te overbruggen.
Dat is precies de reden waarom ik op 18 maart een brief heb gestuurd aan de jongeman die redacteuren van De Gelderland begin februari met de dood bedreigde. Het was een uitnodiging om met elkaar in gesprek te raken.
Laat duidelijk zijn, dat we geen goed woord over hebben voor het dreigement van de 18-jarige jongeman. Vandaar dat onze redacteur aangifte heeft gedaan bij de politie, die tot de rechtszaak heeft geleid.
Maar met de rechtszaak alleen eindigt deze zaak niet. Ook als de rechter heeft gesproken en de straf is voldaan, kunnen de 18-jarige jongeman en verslaggevers van De Gelderlander elkaar tegen komen. Gespannen verhoudingen zijn op dat moment in niemands belang. Liever zie ik dat de lucht geklaard is en dat we elkaar dan recht in de ogen kunnen kijken.
Dat is ook een essentieel verschil met de stellingname van het Openbaar Ministerie. Dat kiest voor repressie, voor vergelding van een vergrijp en daarmee is de kous af. Maar in werkelijkheid gaat het leven verder.
Van belang daarbij is ook dat we als krant eerder besloten een interview met de moeder van de verdachte niet te publiceren. Desondanks hebben we nog altijd de ambitie een verhaal te wijden aan de familie, teneinde meer inzicht te verkrijgen in de achtergronden van een en ander. De brief aan de jongeman was een eerste aanzet daartoe.
Hoofdofficier Lucas verwijt me gebrek aan Zivilcourage, aan burgermoed. Hij slaat daarmee de plank volledig mis. De gemakkelijkste weg voor De Gelderlander is om de zaak op zijn beloop te laten en na de rechtszaak over te gaan tot de orde van de dag. In plaats daarvan hebben we voor een veel moeizamer pad gekozen, dat van de dialoog.
Hieronder volgt de integrale tekst van de brief die hoofdredacteur Kees Pijnappels eerder stuurde naar de 18-jarige verdachte.
Geachte heer ...,
Staat u mij toe dat ik mij in deze brief tot u richt. Mijn naam is Kees Pijnappels, hoofdredacteur van dagblad De Gelderlander. Ik zou graag met u willen praten over het incident op vrijdag 5 februari. De gebeurtenissen van die dag en de dagen daarna hebben diepe indruk gemaakt op de journalisten van onze krant. Dat geldt niet alleen voor uw houding naar De Gelderlander, maar evenzeer voor de grote aandacht in alle media én de wijze waarop justitie heeft gereageerd. Het spijt me in het bijzonder dat u als gevolg van deze zaak zo'n lange tijd in hechtenis bent genomen, in afwachting van de rechtszitting. Ik ben er van overtuigd dat het uw noch onze bedoeling was dat deze kwestie zo hoog zou oplopen.
Ik wil nog maar eens onderstrepen dat de Gelderlander nooit de goede naam van uw familie heeft willen aantasten. Dat was ook precies de reden dat onze verslaggever nog eens contact opnam met uw moeder om over het verhaal te praten.
Ik denk dat zowel u als ik, en op de achtergrond ook uw familie, er bij gebaat zijn om met elkaar in gesprek te komen. Het lijkt me voor iedereen goed als we door zo'n gesprek niet langer tegenover elkaar staan, maar er aan beide kanten begrip ontstaat voor elkaars standpunten. Ik zou het dan ook erg op prijs stellen om op korte termijn, graag nog voor de rechtszitting, met u te kunnen praten. Het is wat mij betreft geen enkel probleem als uw advocaat en/of iemand van uw familie daarbij aanwezig is.
Ik hoop spoedig van u te horen.
Kees Pijnappels
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties











