NIJMEGEN - Ganzen bezorgen boeren veel te veel schade. Het aantal ganzen is in de afgelopen jaren steeds verder toegenomen en ze vreten de weilanden kaal. De gans moet daarom niet langer een beschermde diersoort zijn, vindt de Nederlandse Melkveehouders Vakbond. Maar volgens SOVON Vogelonderzoek is na decennia van uitroeiing de stand eindelijk normaal.
Het zijn er steeds meer, ze blijven steeds langer en ze vreten hele weilanden
kaal. Bij de Nederlandse Melkveehouders Vakbond zijn ze zo langzaamaan wel
klaar met de overlast door ganzen. De schadevergoedingen moeten omhoog en
het moet makkelijker worden om te jagen op overlast gevende ganzen, zegt
bestuurslid Marion Logtenberg uit het Achterhoekse Baak.
In Nederland is de gans sinds de inwerkingtreding van de Flora- en Faunawet
in 2002 beschermd. Er zijn speciale fourageergebieden aangewezen waar ganzen
kunnen neerstrijken. In Gelderland bevinden die zich vooral langs de grote
rivieren. Boeren krijgen daar standaard schadevergoedingen als ze zich
daarvoor melden.
Uit recent onderzoek blijkt dat 40 procent van de ganzen niet in zo'n
fourageergebied neerstrijkt, maar daarbuiten. Boeren daar krijgen alleen
schadevergoeding als ze hebben aangetoond dat ze maatregelen
(vogelverschrikkers, knalapparaten en eventueel jacht) hebben genomen om de
ganzen te verjagen. Logtenberg: "Je krijgt alleen een vergoeding voor
gras dat is opgevreten. Maar je krijgt geen vergoeding als je weiland daarna
een tijdlang niet bruikbaar is. Bovendien moeten we de verjagingsmaatregelen
zelf betalen."
De schadevergoeding die de overheid uitkeert, is al fors gestegen, van acht
miljoen euro in 2005 naar 17 miljoen vorig jaar.
Volgens Logtenberg groeit de schade nog sterker. Zeker nu het aantal ganzen
sterk gegroeid is en de vogels bovendien langer in Nederland blijven.
Tegenwoordig verblijven in Nederland in de winter 2 miljoen ganzen en
900.000 smienten. Dat is twee keer zoveel als vijftien jaar geleden.
Logtenberg zegt dat provincies, die jachtontheffingen verlenen, al soepeler
geworden zijn maar dat dat nog volstrekt onvoldoende is.
Michel Klemann van SOVON Vogelonderzoek zegt dat het aantal ganzen in de
vorige eeuw door intensieve jacht veel te laag was geworden. "We zijn
nu weer op een stand aanbeland die past bij een als Nederland, met veel
water en grasland. De groei is inmiddels afgevlakt. Nederland heeft een
grote internationale verantwoordelijkheid als het gaat om ganzen. De boeren
moeten daar mee leren leven. Als ze vinden dat dat de schadevergoeding te
laag is, moeten ze aankloppen bij de overheid, en niet bij de gans door
ervoor te pleiten weer meer te gaan jagen."
Nu er meer gejaagd wordt dan enkele jaren geleden, constateert Klemann dat
meer ganzen zich in dichtbevolkt gebied ophouden. "Het zijn slimme
dieren. Ze weten dat het in sommige buitengebieden onveilig is en gaan
broeden in stedelijk gebied."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











