DEN HAAG - De rashondenfokkerij doet te weinig om het probleem van erfelijke ziekten bij rashonden aan te pakken. Dat vindt de Dierenbescherming. Vanwege doorfokken op uiterlijke kenmerken en inteelt zijn zo veel honden ziek, dat sommige rassen in gevaar zijn volgens de organisatie.
Wetgeving is volgens de Dierenbescherming de enige manier om echt iets aan het
probleem te doen. Op het gebied van fokken is er nu maar één regel: dat een
hond maximaal één nest per jaar mag krijgen.
Gisteren ontving de Tweede Kamer het rapport 'Ongerief bij gezelschapsdieren'
van de Wageningen Universiteit. Daaruit blijkt dat erfelijke aandoeningen op
een gedeelde eerste plaats staan van meest ernstige ongemakken voor
rashonden. Volgens het rapport zijn er 335 erfelijke ziekten bekend. Tot de
helft van alle rashonden in Nederland lijdt aan een erfelijke aandoening,
schatten de onderzoekers.
De Dierenbescherming wil dat er niet meer op uiterlijke kenmerken wordt
gefokt. Ook zou elke hond een genetisch paspoort moeten hebben met
gezondheidsinformatie en moeten hondenshows worden afgeschaft.
De Raad van Beheer op Kynologisch gebied (RvB), de koepel van rasverenigingen
en fokkers in Nederland, begrijpt niets van de 'plotselinge kruistocht tegen
de rashondenwereld' van de Dierenbescherming, zegt directeur Jeroen Duyster.
Dit jaar heeft de RvB een plan bedacht om rashonden gezonder te maken. Sinds 1
juli krijgen pups die geboren zijn uit inteelt geen stamboom meer. Ook wordt
gewerkt aan een gedragscode voor keurmeesters op hondenshows om schadelijke
overtypering tegen te gaan.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties











