John Kon Kelei. foto Merijn Koelink/De Gelderlander
John Kon Kelei (r) in een scène uit de tv-film Tussenland waarin hij de Sudanese dienstweigeraar Majok speelt.
Het Internationaal Strafhof heeft een arrestatiebevel tegen president al-Bashir van Sudan uitgevaardigd; als reactie daarop zette het regime buitenlandse hulporganisaties het land uit. John Kon Kelei (25) was ruim tien jaar kindsoldaat in Sudan. Kon Kelei, die in de film Wit Licht van Marco Borsato is te zien, waarin het fenomeen kindsoldaten aan de kaak wordt gesteld. Kon Kelei studeert rechten in Nijmegen en wil nog dit jaar terug naar zijn geboorteland.
Nog maar 25 jaar oud en dan al meer hebben meegemaakt dan menigeen in een
heel mensenleven. John Kon Kelei (1983, Zuid-Sudan) leidt een leven tussen
uitersten. Eerst maar de leuke kant. John Kon Kelei speelt in Wit Licht van
Marco Borsato waarin het fenomeen kindsoldaten aan de kaak wordt gesteld.
Kon Kelei speelt in de film de rol van Bosco, de assistent van de
hulpverleenster Valerie (Thekla Reuten). Naast acteur is hij voorlichter
voor War Child en studeert hij Internationaal en Europees Recht in Nijmegen.
Dan de keerzijde: Kon Kelei was zelf kindsoldaat.
"Ik ben
geboren in het overwegend christelijke Zuid-Sudan als de jongste van zeven
kinderen. We behoren tot de Dinka-stam. Het zuiden was tot 2005 in een
burgeroorlog verwikkeld met het islamitische noorden. Toen ik vier jaar was
kwam de rebellenleider van de Sudan People Liberation Army – de SPLA – langs
bij mijn ouders. Hij zei dat alle jonge jongens naar een kamp moesten waar
ze scholing, onderdak en bescherming zouden krijgen. Mijn vader was pro
educatie en stemde toe. Maar alles pakte anders uit. Na vijftien dagen lopen
bereikten we Ethiopië, daar was de basis van de SPLA."
Van een kamp of een school was geen sprake. De kinderen moesten de
kazerneverblijven zelf bouwen. Toch is Kon Kelei nooit verzeild geraakt in
gevechtshandelingen. "Ik ben ook niet gedwongen geweest om iemand te
doden. Wel moest ik in het kamp werken als een volwassene. En als ik iets
fout deed, werd ik daar fysiek en mentaal voor gestraft."
Als
gevolg daarvan vindt hij het nog steeds moeilijk om in korte broek te lopen.
Dat was vereist voor een scène in Wit Licht en slechts met grote tegenzin
stemde hij ermee in. Zijn benen zitten onder de littekens van de
afstraffingen die hij in het legerkamp heeft ondergaan. Daarom toont hij ze
liever niet.
Niettemin wilde Kon Kelei als klein jongetje dolgraag
ingezet worden in de oorlog. "Ik wilde erbij horen. Maar in de kazerne
kreeg ik steeds te horen dat ik nog te jong was en dat ik eerst nog goed
moest leren." Op een gegeven moment begon er toen iets te dagen bij de
jonge Kon Kelei. "Als onderwijs dan kennelijk zo belangrijk was, dan
moest ik zien weg te komen uit het leger, begreep ik. Want daar was immers
geen onderwijs."
Hij ziet kans te ontsnappen naar de
hoofdstad Khartoem. Daar schraapt hij geld bijeen met diverse baantjes. Als
17-jarige vertrekt hij aan boord van een schip dat hem naar Rotterdam
brengt. In Nederland vraagt hij asiel aan.
"Ik wist absoluut
niet in welk land ik terecht was gekomen. Totdat ik een foto zag van Edgar
Davids. Nou, toen begreep ik dat ik in Nederland was. In Sudan was ik altijd
al Oranjesupporter geweest. Ik kende de Nederlandse voetballers zodoende."
Hij verblijft in asielzoekers- en opvangcentra in Zevenaar, Lochem en
Gorinchem. In het asielzoekerscentrum in die laatste plaats komt op een
zeker moment iemand langs van een filmmaatschappij. "Ze hadden een
zwarte acteur nodig voor de tv-film Tussenland. Ik kreeg de rol. Omdat ik
Dinka ben, maar ook omdat ik veel wist van de cultuur van m'n land."
Tussenland verhaalt van de wonderlijke vriendschap tussen de verbitterde
Jakob, een Indië-veteraan die met iedereen ruzie zoekt, en de uit Sudan
gevluchte dienstweigeraar Majok, gespeeld door Kon Kelei. Sindsdien zit Kon
Kelei in de kaartenbak van het castingbureau en krijgt hij met enige
regelmaat aanbiedingen voor rolletjes in films en tv-series, zoals Baantjer,
Keyzer & de Boer, Flikken Maastricht, Grijpstra & De Gier, et
cetera.
En meest recent dus in Wit Licht, de eind vorig jaar
gepresenteerde speelfilm van Marco Borsato. Ook Willem-Alexander en Máxima
zijn bij de première aanwezig en uiteraard heeft Kon Kelei ze na afloop de
hand mogen schudden.
Filmacteur is een aantrekkelijk bijbaantje
voor een rechtenstudent, beaamt hij. En inderdaad, hij wordt wel eens
herkend op straat. "Het leuke van Nederland vind ik die houding van
'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Ook al word je herkend, je
wordt met rust gelaten."
Inmiddels is John Kon Kelei
vierdejaars Europees en internationaal recht aan de Radboud Universiteit.
Gaat daarmee een droom in vervulling? "Ik heb altijd dokter willen
worden. Medicijnen studeren dus. Om dan terug te gaan naar Sudan. Stel je
voor dat daar maar één arts is op 400.000 mensen. Neem iemand als mijn
moeder, die zeven keer zwanger was maar al die keren nog nooit een dokter
heeft gezien. Daarom was ik het liefste dokter geworden."
Medicijnen studeren blijkt echter lastig omdat Kon Kelei exacte vakken
ontbeert. Dus wordt het rechten. "Daar kan ik álles mee in Sudan,"
klinkt het enthousiast, "alleen geen mensen opereren." Hij heeft
geen hoge pet op van de ontwikkelingshulp die Afrika in het algemeen en
Sudan in het bijzonder in de loop der jaren ontving uit Nederland. "Ik
heb er als kind helemaal nooit iets van gemerkt. Dat moet veranderen, vind
ik. Ontwikkelingsgeld gaat, zo heb ik uitgezocht, vooral naar het lager
onderwijs. Maar inmiddels volgen de meeste Sudanese kinderen wel
basisonderwijs. Geef daarom liever het voortgezet onderwijs een impuls. Want
daar haken heel veel Sudanese kinderen af, met name de meisjes uit de dorpen
die van hun ouders niet naar de middelbare school in de stad mogen."
Vooruitlopend op zijn terugkeer naar Sudan is Kon Kelei vanuit Nijmegen al
begonnen met concrete hulp aan zijn land. Via de Stichting Cuey Machar
Secondary School Foundation (CMSF) wordt er met hulp van sponsors op dit
moment een middelbare school gebouwd op het platteland van Zuid-Sudan. En er
volgen vele, zo hoopt hij vurig.
" Scholen voor voortgezet
onderwijs, dicht bij de dorpen. Zodat ouders geen argument meer hebben om
meisjes vervolgonderwijs te onthouden."
Eenmaal terug in Sudan
– Kon Kelei hoopt nog dit jaar af te studeren en boekt dan per ommegaande
een enkele reis – gaat hij wellicht aan de slag als leraar of in een andere
job. Als het maar werk is dat bijdraagt aan de ontwikkeling van zijn land. "
Ik verpak mezelf als cadeautje en bied me aan als een pakje ontwikkelingshulp
aan Sudan." Uiteraard gaat hij Nederland vreselijk missen. En niet
alleen zijn vrienden en z'n geliefde broodje kaas. Vooral de vrijheid te
doen en te laten en te zeggen wat je wilt. "Hier kan ik hardop zeggen
dat Balkenende een incompetente politicus is. In Sudan moet ik het niet in
mijn hoofd halen dat te zeggen over president Omar al-Bashir..."
Die vrijheid om te zeggen wat je denkt of vindt strekt zich voor Kon Kelei ook
uit tot sommigen die het nodig vinden hem 'hé zwarte!' te noemen. "
M'n vrienden vinden het niet prettig dat ik daar niet tegen ageer. Maar hoe
dan ook: ik bén toch zwart. Trouwens, discriminatie zit in iedereen. Ik denk
dat ik er als Dinka ook niet aan ontkom ten opzichte van niet-Dinka's."
De rebellenleider die hem als kleuter kwam ronselen voor het leger, beschouwt
hij als een boosdoener. Toch zal hij hem eeuwig dankbaar zijn. De tengere
man gebaart om zich heen naar de kantine vol rechtenstudenten op de campus
van de Radboud Universiteit. "Had hij me niet meegenomen, dan was ik
hier nu immers niet geweest."
Zie ook:
www.cmsf.nl en www.nypaw.nl
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties











