Een pakhuis in het centrum van de Noorse hoofdstad Oslo is het zenuwcentrum van de Democratic Voice of Birma. Dit radiostation in ballingschap verzorgt nieuwsuitzendingen over en voor Myanmar.
Eén monnik doodgeschoten in de buurt van het stadhuis van Rangoon en door
andere demonstranten meegenomen naar zijn klooster, noteert hoofdredacteur
Aye Chan Naing van Democratic Voice of Birma (DVB). Aan de andere kant van
de lijn heeft hij één van zijn dertig undercover verslaggevers in Myanmar,
die verslag doen van de onrust in hun land. Het radio- en televisiestation
in ballingschap bevindt zich in een oud pakhuis in het centrum van de Noorse
hoofdstad Oslo. In de redactieruimte hangen foto's van oppositieleidster
Aung San Suu Kyi naast een bordje met Never report rumours, 'Bericht niet
over geruchten'.
Hier verwerken tien journalisten de nieuwsstroom
die uit Myanmar komt. Democratic Voice of Birma heeft via de korte golf een
bereik van vijf miljoen mensen in het land zelf en miljoenen anderen in
ballingschap elders op de wereld. In Myanmar zelf worden de media streng
gecensureerd door de militaire junta.
"Normaal zenden we twee
uur per dag uit, maar de afgelopen weken hebben we dit opgeschroefd tot
negen uur per dag", zegt Naing. Daarnaast zendt het station een
constante stroom foto's en nieuws over internet en via satelliettelevisie.
Iets dat de junta evenmin tegen kan houden als de boodschappen over de korte
golf. Naing: "Veel mensen in Myanmar hebben een satellietschotel om het
Engelse voetbal te kunnen volgen."
Het nieuws van het
plotselinge geweld tegen de monniken zorgt deze woensdag voor een bedrukte
stemming op de redactie. "En toch ben ik optimistisch", stelt
Naing tussen de drukke werkzaamheden door. "Het aanvallen van heilige
monniken is voor veel mensen zó'n schok, dat ze het een reden vinden door te
gaan met demonstreren."
Daarnaast denkt hij dat de afgelopen
weken al het nodige veranderd is in het land. "Ik hoor van onze mensen
dat de bevolking nu zelfs openlijk in koffiehuizen naar ons, de BBC en Radio
Free Asia luisteren. Dat was voorheen onvoorstelbaar." Bovendien is hij
blij dat zijn land nu eindelijk internationale aandacht krijgt. "Het
militaire regime kán hierna niet meer achterover leunen. Dit heeft hoe dan
ook consequenties."
Naing was in 1988 studentenleider en
moest het land ontvluchten, nadat de protesten tegen het regime werden
neergeslagen. In 1992 richtte hij samen met andere dissidenten het
radiostation op.
Gekozen werd voor een studio in Oslo, omdat Suu
Kyi hier een jaar eerder de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend. Ze
heeft de prijs nooit kunnen ophalen.
Hoewel de oprichters van
Democratic Voice of Birma banden hadden met de Nationale Liga voor
Democratie, de partij van San Suu Kyi, claimt het station nu volledig
onafhankelijk te zijn. "Niemand die voor ons werkt, mag politiek actief
zijn. Dat tast de journalistieke geloofwaardigheid en onafhankelijkheid aan.
Daarnaast proberen we propaganda te voorkomen. In onze uitzendingen roepen
we niet op tot protesten. De beslissing de straat op te gaan, moeten mensen
zelf nemen."
De zender ontvangt financiële steun van de
Noorse regering, het Nederlandse Free Voice en organisaties in Zweden,
Denemarken, de Verenigde Staten.
Het station is momenteel een bron
van informatie voor veel buitenlandse journalisten die het hermetisch
gesloten Myanmar niet inkomen. Volgens Naing is het van levensbelang dat de
internationale pers zo snel mogelijk toegang krijgt tot het land. "Het
wordt steeds gevaarlijker voor lokale reporters. Onze journalisten slapen
elke nacht ergens anders. Wij zijn al een aantal camera's kwijtgeraakt."
Buitenlandse verslaggevers die er wél in slagen het land in te
komen, lopen veel minder risico dat hen iets overkomt, weet Naing.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















