Afvalverwerking is een taak van de publieke overheid. Daarom zijn publieke bedrijven de meest logische keuze daarvoor, vindt Theo H.W.M. Lemmen.
Zie ook:
In zijn column van dinsdag 5 mei schrijft Anton van Hooff, onder de titel Ontmarkting, dat het Nijmeegse Dar per 2010 weer een gemeentelijke dienst wordt.
Hij ontleent dat aan een bericht in De Gelderlander van 2 april. Helaas voor
de heer Van Hooff (en overigens velen met hem), is dit bericht onjuist
geïnterpreteerd. Ondergetekende is in januari 2006 aangetreden als algemeen
directeur van Dar met als belangrijke opdracht de toekomst voor Dar en alle
belanghebbenden zo goed mogelijk te verwezenlijken.
Bij een eerste
oriëntatie (al in 2006) werd duidelijk dat de wetgeving sinds de
verzelfstandiging van Dar in 2000 veranderd was.
Daardoor was het
verlenen van een concessie voor tien jaar wel mogelijk in 2000, maar niet
meer anno 2006.
Eind 2007 heeft de directie van Dar samen met haar
(overigens zeer deskundige) Raad van Commissarissen aan het college van B&
W in haar rol als enig aandeelhouder van Dar, een strategische verkenning
gepresenteerd met een aantal mogelijke toekomstscenario's.
In de
loop van 2008 heeft de aandeelhouder zelfstandig ook een aantal scenario's
onderzocht en gezamenlijk hebben we begin 2009 uit de vele varianten een
compromisscenario uitgewerkt.
Voor iedereen is het mogelijk, dit
scenario zelf te lezen. Het is een openbaar raadsstuk. Als men alleen de
krant leest, kan het zijn, dat niet de juiste conclusies worden getrokken.
Daarom is het wellicht goed om de hoofdpunten hier even op te sommen, die de
toekomst van Dar zullen kenmerken.
- Dar wordt geen gemeentelijke
dienst.
- De huidige vier vennootschappen zullen fuseren tot twee
vennootschappen. Burgers, commerciële klanten en werknemers zullen hiervan
niets merken.
- De Raad van Commissarissen blijft intact.
- Dar zal meer aandeelhouders krijgen, gemeenten rondom Nijmegen.
Tegelijkertijd zullen deze aandeelhouders ook klant worden. De huidige
wetgeving maakt het mogelijk aan gemeenten taken die zij dienen uit te
voeren (zoals afvalinzameling en reiniging) binnen hun eigen bedrijven
zonder aanbesteding in opdracht te geven.
- Belangrijke
beslissingen voor Dar kunnen alleen met goedkeuring van de aandeelhouder
genomen worden.
Met deze, zeer geringe aanpassingen is Dar klaar
voor de toekomst. Dat deze toekomst er voor Dar en alle belanghebbenden er
rooskleurig uitziet, is duidelijk. De keuze van ruim tien jaar geleden, om
Dar zelfstandig te maken, is een juiste gebleken. Afval en reiniging zijn
taken van de publieke overheid. Daarom zijn publieke bedrijven, op gepaste
afstand van de politiek, de meest logische keuze daarvoor.
De
trendbreuk waarvan Van Hooff spreekt is wel zichtbaar in deze markt, maar
niet als gevolg van de crisis. Deze trend is al enkele jaren geleden ingezet
en zal nog wel doorgaan. De private marktpartijen zoals Sita en Van
Gansewinkel Groep verliezen terrein op het gebied van huishoudelijke
afvalinzameling ten gunste van de publieke bedrijven zoals Dar. Dat komt met
name doordat de publieke bedrijven steeds professioneler geworden zijn. Ik
vergelijk het graag met ouders en kinderen. Kinderen blijven kinderen van
hun ouders, ondanks hun leeftijd. Maar er ontstaat wel een afstand tot de
ouders, wanneer kinderen het huis uitgaan. Daarmee wordt de band echter niet
doorgesneden.
Dus er is geen sprake van ontmarkting die in Nijmegen
begint. Behoud van het goede, dat doet Dar.
Theo H.W.M. Lemmen is algemeen directeur van Dar
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











