Het verschil in kennis van nieuwe media vergroot de generatiekloof tussen
docenten en scholieren. Dat is slecht voor het onderwijs.Het verschil in
kennis van nieuwe media vergroot de generatiekloof tussen docenten en
scholieren. Dat is slecht voor het onderwijs.
Op dit moment maakt 88,4 procent van de Nederlandse bevolking op regelmatige
basis gebruik van het internet (bron: Internet World Stats, 2009). Dat is
veel. Daarom heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
bedacht dat de burger begeleiding behoeft op het gebied van internetgebruik,
evenals op de andere gebieden van nieuwe media, zodat de burger in staat is
zichzelf bewuster, kritischer en actiever te bewegen in deze fundamenteel
gemedialiseerde wereld.
Om dit doel te realiseren, heeft het
ministerie het Mediawijsheid Expertisecentrum in het leven geroepen, dat de
ambities samen met een breed netwerk van organisaties heeft geconcretiseerd
in een driejarenplan. De focus wordt voorlopig gelegd op jongeren, ouders en
docenten. Om hen wijzer met media te laten omgaan, wordt de
Mediawijsheidkrant verspreid op scholen en is er een webpagina
(www.mediawijzer.net) die zowel jongeren als ouders moet aanspreken. Voor
docenten is er een hyperlink naar lessen die vrij te downloaden zijn om
klassikaal te behandelen en/of in te zetten als interactieve lessen die
leerlingen zelfstandig met de computer kunnen doen. De webpagina ziet er
keurig en overzichtelijk uit en hoewel het taalgebruik soms wat hoogdravend
is, sluiten de onderwerpen vrij goed aan op de leefwereld van de leerling.
Tot zover de lofrede, want wat ik als docent miste, waren lessen die
aansluiten op de bestaande schoolvakken. De (voorbeeld)lessen gaan vooral
over lifestyle en omgang met (nieuwe) media in het dagelijks leven. Waarom
geen lessen beeldende vorming, waarbij de leerling door online galerieën kan
struinen? Waarom geen informatica waarbij de leerling meewerkt aan
opensourceprojecten? Waarom geen Nederlandse les waarbij de leerling
meeschrijft aan de Twitterroman van Ronald Giphart?
Er zijn steeds
meer scholen die in het kader van het Studiehuis lesmethodes aankopen bij
uitgeverijen waarbij een cd-rom wordt geleverd met interactieve lessen.
Ondanks het pc-gebruik bij deze methodes blijft de informatievergaring en
-verwerking vrij lineair. Er wordt informatie gegeven in de vorm van
filmpjes en (gesproken) tekst, die vervolgens getoetst wordt door middel van
vragen of een schrijfopdracht. Als al gebruik wordt gemaakt van internet
gebeurt dat meestal met zoekmachines, in een uitzonderlijk geval wordt
internetencyclopedie Wikipedia geraadpleegd. Het is te betreuren dat de
mogelijkheden van internet niet optimaler worden ingezet binnen het
onderwijs.
Internet is een ideaal medium voor kennisoverdracht en
in te zetten voor alle schoolvakken. De leerling zou zich buiten de gebaande
paden van de methodische (media-)educatie moeten kunnen bewegen. Zo heeft
hij de mogelijkheid zijn talenkennis online toe te passen of gebruik te
maken van web 2.0-toepassingen voor het vergaren, selecteren, ordenen,
uitwisselen en verwerken van informatie die voor alle schoolvakken
toepasbaar is. De wereld van web 2.0 opent deuren die het leeuwendeel van de
digitale methodes van uitgeverijen gesloten laten en biedt leerlingen de
mogelijkheid op wereldwijde schaal samen te werken met andere scholieren. Om
leerlingen dit te kunnen laten doen, is het belangrijk dat zij leren welke
bronnen betrouwbaar zijn en hoe zij relevante informatie uit de grote hoop
moeten filteren.
Media-educatie is nog geen verplicht vak, maar
met het oog op de kennismaatschappij is het slechts een kwestie van tijd
voordat dit wordt ingevoerd. De vraag rijst hoe scholen zich hierop
voorbereiden, als zij dat al doen.
Als docent in opleiding heb ik
tijdens stages meegemaakt hoe de generatiekloof tussen docenten en
leerlingen met de dag groeit. Terwijl leerlingen zich aansloten bij forums
en nieuwsgroepen, vanuit de klas twitterden dat zij zich verveelden en
krabbels achterlieten op de Hyvespagina van hun klasgenoten, leerden de
docenten hoe zij hun e-mail moesten openen.
Vooral de oudere
generatie docenten heeft weinig kennis van nieuwe media en blijft daarom
veel waarde hechten aan 'oude' media als boeken en kranten. In de klas kan
dit tot onbegrip leiden, zowel van de leerling als van de docent.
Er zijn te weinig docenten op de hoogte van de alternatieven voor de oude
media waarmee zij hun leerlingen informatie laten vergaren. Boeken
(Googlebooks) en krantenarchieven zijn ook online beschikbaar, naast alle
andere informatiebronnen die de meeste leerlingen inmiddels weten te vinden,
maar waarbij zij de hulp van de docent nodig hebben om hier wijs mee om te
kunnen gaan. De docent heeft zijn rol als kennisautoriteit verloren. Daarom
is het niet alleen zaak dat media-educatie geïntegreerd wordt in álle
schoolvakken, maar ook dat docenten worden bijgeschoold. Scholen moeten
erkennen dat deze ontwikkeling van groot belang is in onze fundamenteel
gemedialiseerde wereld en dat aanpassing vereist is om scholieren voor te
bereiden op de kennismaatschappij.
Ellen
Tapia-Quilodrán uit Arnhem is docent beeldende kunst en vormgeving.


Sorteer reacties




















