Om de aanpak van de Amerikaanse president Obama op resultaten te kunnen beoordelen, mogen we hem best nog wat meer tijd gunnen.
Barack Obama die in New York de Verenigde Naties toespreekt, over het Midden-Oosten en klimaatverandering vergadert en daarna optreedt als gastheer van de G20 in Pittsburgh: het lijkt in de wereld weer gewoon om de Amerikaanse president te draaien.
Obama riep andere landen overigens op juist niét op de VS te wachten bij het
aanpakken van de grote wereldproblemen, maar ook daarmee vervulde hij weer
de wegwijzende rol die zijn voorgangers sinds de Tweede Wereldoorlog gewoon
zijn geweest te spelen.
Toch lijken veranderingen in de Amerikaanse
buitenlandse politiek momenteel de overhand te hebben. De president wil dat
andere landen ook hun verantwoordelijkheid nemen bij het oplossen van
internationale problemen in plaats van af te wachten tot de VS het voortouw
neemt.
En hij benadrukt hoe hij het beleid aan het ombuigen is in
de richting van consequente internationale samenwerking, in tegenstelling
tot het soms eigenmachtige optreden van voorganger Bush. Het eerste wordt
internationaal welwillend ontvangen; het tweede komt hem vooral binnenslands
op steeds meer kritiek te staan, en niet alleen van rechts.
De
verwijten zijn divers van aard. Obama laat z'n bondgenoten Polen en Tsjechië
in de steek door het schrappen van het plan van z'n voorganger om in die
landen een antirakettenschild neer te zetten; hij brengt de wereld dichter
bij een handelsoorlog door importtarieven in te stellen voor Chinese
autobanden; en hij treedt niet op tegen Israël, dat maar blijft weigeren de
bouw van nederzettingen op bezet gebied te stoppen. Ondertussen wil de
president onderhandelen met de schurkenregimes in Teheran en Rangoon, denkt
hij dat toegeeflijkheid tegenover Rusland de autocraten in het Kremlin tot
een pro-Westerse houding zal brengen, en spreekt hij over Amerikaanse
stappen in de richting van kleinere kernwapenarsenalen wereldwijd. O ja, en
wat in toenmende mate zijn eigen oorlog in Afghanistan aan het worden is,
daar gaat het ook de verkeerde kant uit. Obama's buitenlandse beleid dreigt
nu al op een mislukking uit te draaien, zo vrezen zijn medestanders. En z'n
rechtse opponenten vinden dat de president Amerika's belangen bijna
dagelijks in de uitverkoop zet.
De hoofdreden achter het falen,
lijken alle critici te zeggen, is dezelfde die achter het tot nu toe
teleurstellende binnenlandse beleid van de president ligt, en wel dat Obama
te goedgelovig is en ook niet hard genoeg om zich in de wereld van vandaag
te handhaven. Hij is naïef in zijn geloof dat er in principe met iedereen en
met elk regime, hoe slecht ook, te praten valt; en hij is te zacht, vooral
tegen politieke vrienden en sommige bondgenoten, zoals Israël.
De critici hebben ongelijk.
Vrijwel allemaal zien ze onvoldoende
in dat het buitenlands beleid van een wereldmogendheid te vergelijken is met
een supertanker, die maar heel langzaam van koers kan veranderen. Pas als er
een nieuwe koers is bereikt, wordt het tijd naar resultaten uit te kijken.
Het is ook te vroeg om al te concluderen dat Obama niet in staat zou zijn
'erop te slaan' als het nodig is. Afgelopen voorjaar verhoogde hij tenslotte
al direct het aantal Amerikaanse troepen in Afghanistan. Een doetje zou
eerder aan terugtrekking zijn gaan werken. Al Qaida-leiders in Somalië en
Pakistan, als ze nog in leven zijn, zullen de president trouwens ook geen
slappeling vinden.
Met de zogenaamde uitverkoop van Amerika's
belangen valt het ook wel mee, al was het maar omdat critici er doorgaans
grote moeite mee hebben een beter alternatief te geven. Moet de VS Iran soms
eigenmachtig gaan bombarderen? Een antirakettenschild tegen Iran komt er nog
steeds, alleen op andere manieren. De ontwikkeling van de onder Bush in gang
gezette technologie gaat gewoon door.
Verder hadden (en hebben)
velen erg hooggespannen verwachtingen van Obama. Door de smalle marges
waarbinnen het Amerikaanse beleid zich in het licht van de eigen penibele
financiële situatie moet bewegen, de geregelde tegenwerking van China en
Rusland en de complexiteit van problemen in Iran, Noord-Korea en
Midden-Oosten, is de macht van de president veel kleiner dan zijn prominente
rol in het nieuws suggereert.
En vergeet niet dat Obama's
binnenlands politieke problemen ook beperkende factoren zijn. Vandaar het
toegeven aan bijvoorbeeld protectionistische druk hier en daar.
Dat
er wel degelijk een visie aan Obama's beleid ten grondslag ligt, hebben we
bij de VN van hem kunnen horen. In hoeverre zijn regering erin zal slagen
dat te verwezenlijken, ligt niet alleen aan haar eigen daadkracht maar ook,
en vooral, aan anderen. Maar juist omdat die anderen (bondgenoten,
kat-uit-de-boom-kijkers, tegenstanders, vijanden) zo'n grote rol spelen,
lijkt Obama's aanpak passend. Uiteindelijk komt het op de resultaten aan,
maar daarvoor mogen we hem best nog wat meer tijd gunnen.
Dr. Ruud van Dijk doceert hedendaagse geschiedenis aan de universiteit van
Amsterdam.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











