Brazilianen vieren in Kopenhagen dat Brazilië de Olympische Spelen van 2016 mogen organiseren. foto EPA ;Brazilianen vieren in Kopenhagen dat Brazilië de Olympische Spelen van 2016 mogen organiseren. foto EPA ;Brazilianen vieren in Kopenhagen dat Brazilië de Olympische Spelen van 2016 mogen organiseren. foto EPA ;Brazilianen vieren in Kopenhagen dat Brazilië de Olympische Spelen van 2016 mogen organiseren. foto EPA ;Brazilianen vieren in Kopenhagen dat Brazilië de Olympische Spelen van 2016 mogen organiseren. foto EPA ;Brazilianen vieren in Kopenhagen dat Brazilië de Olympische Spelen van 2016 mogen organiseren. foto EPA ;Brazilianen vieren in Kopenhagen dat Brazilië de Olympische Spelen van 2016 mogen organiseren. foto EPA
Elke claim op economische vooruitgang als opbrengst van een mondiaal sportevenement is gebaseerd op drijfzand of een poging tot politiek gewin. betoogt Frank van Eekeren.
Nu Rio de Janeiro de Olympische Spelen van 2016 mag organiseren, lopen de
verwachtingen hoog op. De Braziliaanse president Lula en voetballegende Pele
spreken van een historische gebeurtenis voor heel Zuid-Amerika. En Anton
Geesink voorspelt in een terugblik op het IOC Congres in Kopenhagen: "
De kloof tussen arm en rijk zal kleiner worden."
Steeds vaker
weten landen-in-ontwikkeling mega sportevenementen binnen te slepen. Denk
aan de Spelen in Peking (2008), de aanstaande Commonwealth Games in New
Delhi (2010) en de komende WK's voetbal in Zuid-Afrika (2010) en Brazilië
(2014). Steeds legitimeren sportbonzen en politici deze keuzes, en daarmee
de bijbehorende miljardeninvesteringen, met positieve voorspellingen over
het creëren van meer banen, nieuwe business opportunities, toenemend
toerisme en het aantrekken van buitenlandse investeerders. Kortom, grote
sportevenementen leiden, zo doen deze optimisten ons geloven, bijna als
vanzelf tot een gigantische boom in de economie.
Volgens diverse
economen, zoals Szymanski en Crompton, is op die stelling het nodige af te
dingen.
Allereerst stellen deze economen vast dat het zeer complex
is een kosten-batenanalyse van een groot sportevenement te maken. Welke
economische opbrengsten mogen direct worden toegerekend aan het evenement?
Wat zou de opbrengst zijn geweest als in andere projecten was geïnvesteerd?
Onderzoekers die toch een poging hebben gewaagd de opbrengsten te berekenen,
zoals Tribe (Olympische Spelen in Peking) en Maennig (WK in Duitsland),
concluderen dat organisatoren en politici voorafgaand aan een dergelijk
evenement sterk de neiging hebben de kosten te onderschatten en de
opbrengsten te overschatten.
Ondanks deze kennis blijven de
beleidsmakers hun verhaal over positieve economische opbrengsten afsteken.
Dit is pure retoriek, nodig om het mega-evenement binnen te halen en de
eigen bevolking achter het plan te scharen. Een leugentje om bestwil. Het is
echter de vraag of deze retoriek zo onschuldig is. Of dat het onbedoeld
negatieve maatschappelijke gevolgen kan hebben. Neem Zuid-Afrika, waar
komende zomer het WK voetbal plaatsvindt. Volgens genoemde economen is de
kans klein is dat de (arme) Zuid-Afrikaanse bevolking gaat profiteren van
het WK. En blijkbaar ruikt het Zuid-Afrikaanse organisatiecomité zelf ook
onraad, want al sinds 2005 is het officiële bidbook niet meer beschikbaar.
Volgens geruchten omdat de daarin genoemde cijfers, bijvoorbeeld over de
groei van het Bruto Nationaal Product en werkgelegenheid zwaar overdreven
zijn. Maar de retoriek van voormalig president Mbeki heeft inmiddels zijn
werk gedaan: 76 procent van de Zuid-Afrikanen is er van overtuigd dat het WK
leidt tot black economic empowerment. Grote kans dus dat veel Zuid-Afrikanen
gefrustreerd achterblijven als het voetbalcircus het land heeft verlaten. En
dat is niet ongevaarlijk in een land waar miljoenen mensen 15 jaar na de
apartheid steeds ongeduldiger wachten op een beter leven. Zoals het in de
toekomst wellicht ook schadelijk is om valse hoop te wekken onder
favela-bewoners in Brazilië. Een groot sportevenement kan veel betekenen
voor een land en zijn bevolking. Denk aan nationale trots, sociale cohesie
en wereldwijde uitstraling. Maar iedere claim op concrete economische
vooruitgang als automatische opbrengst van een WK of OS is gebaseerd op
drijfzand, of komt voort uit de wens op politiek gewin.
Het is aan
Lula, Pele en Geesink om, in het geval van Rio, de verwachtingen reëel te
schetsen of heel hard aan de slag te gaan om het tegendeel van de economen
te bewijzen.
Frank van Eekeren is senior adviseur en onderzoeker
aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de
Universiteit Utrecht.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties











