In de zaak van de veroordeelde Eindhovense pedoseksueel is vergeten hoe het probleem van diens terugkeer op professionele wijze kan worden opgelost.
De rechter heeft het gebiedsverbod dat was opgelegd door burgemeester Van
Gijzel aan een veroordeelde, maar afgestrafte man uit Eindhoven als onwettig
beoordeeld. Dat ligt voor de hand. Enkele jaren geleden oordeelde toenmalig
minister van Justitie Donner dat wie zijn straf heeft uitgezeten en geen
justitiële voorwaarde meer heeft weer als gewone burger moet worden
beschouwd. Daarom is ook niet meer de reclassering de eerst aangewezen
organisatie om deze mensen bij hun terugkeer in de samenleving te
begeleiden, maar hebben gemeenten die verantwoordelijkheid gekregen. Ook de
huidige minister Hirsch Ballin heeft deze opvatting uitgedragen. Het is dan
ook terecht dat de gemeente zich inspant voor de re-integratie en
rehabilitatie van ex-gedetineerden. De vraag of het gaat om iemand die
pedoseksuele delicten heeft gepleegd of delicten van andere aard doet er
niet toe.
Desondanks is de minister van Justitie het eens met de
Eindhovense burgemeester dat de gemeente of de burgemeester extra
bevoegdheden zou moeten krijgen bij het controleren van afgestrafte
zedendelinquenten die terugkeren in hun woonplaats. Bij wijze van experiment
worden burgemeesters op dit moment hierover geïnformeerd. Maar een
burgemeester die wordt geïnformeerd over terugkerende ex-bajesklanten zal
hoe dan ook niet aarzelen actie te ondernemen. Als het fout zou gaan, moet
hij niet het verwijt krijgen niets met de informatie te hebben gedaan. Hij
zal dan ook zo veel mogelijk publiciteit genereren om dit aan iedereen
duidelijk te maken.
Om de verdachte van een pedoseksueel delict
strafrechtelijk te veroordelen, heb je tenminste drie goed opgeleide,
onafhankelijke rechters nodig. Om diezelfde veroordeelde pedoseksueel, na
het uitzitten van zijn straf, maatschappelijk voor het hele land aan de
schandpaal te nagelen, diens terugkeer in de samenleving onmogelijk te maken
en daarmee de kans op herhaling van een delict te vergroten, heb je geen
obscure website of populistische politicus meer nodig. Zoals we recent in
Eindhoven hebben gezien: een gewone burgemeester volstaat.
Wie
heeft hier nu de openbare orde verstoord? De vrijheid een mening te uiten,
lijkt vooraf te zijn gegaan aan de vraag op welke wijze het probleem op
professionele wijze zou kunnen worden opgelost. Of het nu gaat om daklozen,
tbs-gestelden, pedoseksuelen of bajesklanten: opsluiten, drillen,
onderdrukken, afpakken, verwijderen en uitsluiten zijn sleutelwoorden die
rondom vermeend onwelgevallig gedrag steeds weer terugkeren. Maar heeft een
slachtoffer of 'de samenleving' er recht op nooit meer te worden
geconfronteerd met een afgestrafte dader? Of hoort het bij het herstel van
het normale leven dat zij elkaar weer kunnen tegenkomen en een vorm vinden
om met hun pijn en verdriet te leven?
Dat daar professionele
begeleiding en toezicht bij horen, spreekt vanzelf, maar: organiseer dit
dan. Of hebben we liever dat wie eens steelt altijd een dief blijft? Met
alle risico's van dien: uitgesloten zijn en blijven, met een forse kans op
herhaling van een delict. In het geval van de Eindhovenaar bestaat het
risico dat hij onverwacht en onbekend onderduikt en in een andere plaats
nieuwe slachtoffers maakt. Het is opmerkelijk hoe sinds kort de
onafhankelijke (straf)rechtspraak in de publieke opinie en door politici
wordt neergezet als een archaïsch ritueel, dat vaak tot foute beslissingen
leidt en dat dan ook zo snel mogelijk moet worden gecorrigeerd en
gerepareerd door politici, burgemeesters en andere bestuurders. Incidentele
problemen worden door hen opgelost alsof het structurele problemen zijn. De
vraag is hier niet of het mag, de vraag is of het helpt de onafhankelijke
rechtspraak af te serveren en te vervangen door de willekeur van een
politiek-bestuurlijke beslissingsbevoegdheid.
Dr. Jaap A.
van Vliet is criminoloog
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











