De nu genomen maatregelen mogen geen faillissement van de geitensector betekenen, vindt Ad Merks van de Boerenbond Deurne. foto Carlo ter Ellen
Natuurlijk staat het belang van de volksgezondheid voorop. Daarom is een uitgebreide risico-analyse op de verspreiding van Q-koorts van groot belang. De ziekteverwekker, de Coxiella burnetii-bacterie, komt overal in het milieu voor en was al lang bekend bij bijvoorbeeld slachthuispersoneel.
De bacterie is een zogenaamde sporenvormer en kan daardoor lang overleven in
het milieu. De bacterie is immuun tegen uitdroging en kan lang buiten de
gastheer in leven blijven. Q-koorts is daarom geen echte dierziekte, maar
wordt veroorzaakt door een omgevingsbacterie.
Alle herkauwers
(schapen, geiten en koeien) kunnen een bron van infectie voor de mens zijn.
Maar ook andere dieren zoals honden, katten, konijnen, cavia's en ongedierte
kunnen besmet zijn en een mogelijke bron zijn. Daarnaast kunnen teken de
ziekte overbrengen van wilde dieren op landbouwhuisdieren en mensen. Een
dier kan met name rond de geboorte veel kiemen uitscheiden, vooral bij een
abortus als gevolg van een infectie met Coxiella burnetii.
De vraag
doet zich voor hoe men de bacterie in het milieu kan bestrijden. Q-koorts
was een beroepsziekte van vooral slachthuispersoneel, dierenartsen en
veehouders, maar ook van mensen werkzaam in de wol- en leerindustrie. De
bacterie wordt inactief door pasteurisatie of koken; goed behandelde
producten vormen dus geen enkel risico. Maar het drinken van rauwe melk en
het eten van rauwmelkse producten moet vermeden worden door mensen met
verminderde weerstand.
Maar wat is eigenlijk de rol van honden,
katten, konijnen en cavia's bij de verspreiding van de Coxiella
burnetii-bacterie? Welke maatregelen moeten genomen worden in gezinnen die
een van deze dieren als huisdier hebben ten aanzien van de verspreiding en
versleping van Q-koorts? Wat is de rol van ratten en muizen bij de verdere
verspreiding van Q-koorts?
De nu genomen maatregelen mogen geen
faillissement van de geitensector betekenen. Want er is een vaccin tegen de
ziekte en een test om gezonde dieren te onderscheiden van besmette.
Bovendien roeit men de Q-koorts bacterie toch niet uit, omdat deze wijd
verbreid in het milieu voorkomt. De vraag is of door het ruimen van
drachtige geiten het aantal gevallen van Q-koorts af zal nemen.
Had een uitgebreide risico-analyse niet tot een andere conclusie kunnen
leiden? De professionele geitenhouderij heeft zijn verantwoordelijkheid
genomen en vraagt al jaren om voldoende entstof tegen Q-koorts. Er is nog
steeds een tekort aan deze entstof! Juist daarom moeten getroffen
geitenhouders een goede financiële vergoeding ontvangen voor het ruimen van
alle hoogproductieve, drachtige dieren.
Bovendien staat de
toekomst van de gehele geitensector op het spel door het afgekondigde
fokverbod en het blijven ruimen van ingeënte, jonge geiten. Zonder nieuwe
aanwas valt straks de melkproductie nagenoeg stil en zijn er geen inkomsten
meer op deze geitenbedrijven. Het fokverbod is daardoor een veel te
drastische maatregel.
Ad Merks is directeur Holding van de
Boerenbond Deurne
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties











