Het zijn gouden tijden voor de apparatenjongens: alle vliegvelden ter wereld
schaffen massaal bodyscanners aan. Er was maar één man nodig om de nieuwe
fase in de bewapeningswedloop op gang te brengen. Hij glipte door de
gangbare lijfcontroles heen en had bijna een vliegtuig opgeblazen als er
niet een ferme en stoere knaap van Hollands fabricaat aan boord was geweest.
Op dit voorval reageren overheden op de gebruikelijke, overspannen manier,
met een verscherping van de veiligheidsmaatregelen. De bodyscanner is nu
opeens hét antwoord op alle dreigingen. Gelaten accepteert de goegemeente de
verdere aantasting van de heiligheid van het lichaam.
Te midden van
alle opwinding treft de nuchterheid van een opiniestuk in NRC Handelsblad
van 2 januari. Het is geschreven door Benno Baksteen. Kent u hem nog? Hij
was tot 1997 voorzitter van de vereniging van verkeersvliegers. Zijn
achternaam, nogal onheilspellend voor een piloot, bracht altijd gegniffel
teweeg. Nu is hij voorzitter van het Platform Duurzame Luchtvaart. Geen idee
wat dat podium uitvoert, maar in elk geval doet Baksteen niet mee aan de
algemene hysterie. In 'Wat komt er na de bodyscan?' wijst hij erop dat de
het nieuwe apparaat alleen de vindingrijkheid van aanslagplegers zal
prikkelen. Hun volgende wapen zal de bilbom zijn. Die wordt door de nieuwe
lijfkijkers niet ontdekt. Dus moeten we voortaan op Schiphol allemaal maar
even door het röntgenapparaat?
Hoeveel risico lopen de twee
miljard luchtreizigers per jaar in feite als we dat vergelijken met andere
doodsdreigingen zoals verkeersongelukken of vallende bakstenen?
Waarschijnlijk hebben we allemaal een portie vliegangst in ons die ervoor
zorgt dat we het minieme gevaar van aanslagen in de luchtvaart zoveel
ernstiger nemen dan andere risico's.
Natuurlijk wordt de
beveiliging op de vliegvelden nooit waterdicht, hoe knap de kijkapparaten
ook zijn en hoe 'ingrijpend' de fouillering wordt. In het ondenkbare geval
dat de maatregelen de luchthavens wel perfect beschermen, zullen de
aanslagplegers andere spectaculaire 'doelen' kiezen, zoals de metro en het
stadion.
Als we, zegt Baksteen, de enorme uitgaven door de
beveiliging nu eens zouden steken in inlichtingendiensten om potentiële
terroristen op te sporen? Zou het geld dan niet meer rendement hebben?
Misschien leveren spionage en infiltratie van terreurnetwerken inderdaad
grotere veiligheid op, maar ook dan bestrijden we alleen de symptomen. De
dreiging moet in haar grondoorzaken worden aangepakt.
Eerdere
golven van terrorisme zoals die van de Duitse Rote Armee Fraktion en de
Italiaanse Rode Brigades zijn weggeëbd toen de groepjes aanslagplegers hun
achterban verloren. Dat is een belangrijke historische les. Hoe wordt het
handjevol islamistische terroristen losgeweekt van hun basis? De
voedingsbodem van het geweld is de voortdurende vernedering die de Arabische
wereld van het Westen ondervindt, vooral van de VS. Gaza juichte in 2001
toen de vliegtuigen zich in de torens van New York hadden geboord.
Terrorisme is nu eenmaal het wapen van de verongelijkten. Als Amerika nu
eens echt werk maakt van het Israëlische Probleem, dat ten onrechte wordt
aangeduid als de Palestijnse Kwestie? Dan kunnen binnenkort de bodyscanners
in de musea van antieke folterwerktuigen worden opgeborgen.


Sorteer reacties




















