Voor het oog van tientallen tv-camera's degradeerde premier Balkenende
dinsdag het lijvige rapport van de door hemzelf ingestelde commissie-Davids
over de kwestie-Irak tot een vod. Ieder punt van kritiek veegde hij
glimlachend onder het Haagse vloerkleed.
Dat was politiek onhandig
(want de PvdA-ministers waren wel blij met de bevindingen van Davids), maar
vooral ook onfatsoenlijk. Voor iemand die sinds zijn aantreden de mond vol
heeft van normen en waarden was het ronduit onbeschoft.
Met de
knieval van woensdagavond heeft de coalitie de kabinetscrisis nog af kunnen
wenden, maar het werd duidelijk dat de fut er uit is. Niemand heeft er nog
zin in. Bij de PvdA zijn ze het CDA spuugzat en omgekeerd is dat ook zo. De
ChristenUnie wil er nog wel wat van maken, maar legt als kleinste partij
onvoldoende gewicht in de schaal.
Bovendien zal ook André Rouvoet
een ander beeld voor ogen hebben gehad toen hij op 22 februari 2007 op het
bordes mocht poseren voor de traditionele kabinetsfoto. Van christelijke
naastenliefde is op het Haagse Binnenhof niets meer te bespeuren.
Als binnenkort ook het vierde kabinet-Balkenende voortijdig sneeft, moet
toch de conclusie zijn dat de premier dat deze keer volledig aan zichzelf te
wijten heeft.
Kon hij bij zijn eerdere struikelpartijen nog de
schuld geven aan bekvechtende LPF-ministers (Balkenende I), de
grootheidswaanzin van Rita Verdonk en de instabiliteit van D66 (Balkenende
II), nu zal hij bij zichzelf te rade moet gaan. Spiegeltje, spiegeltje aan
de wand: wie is de domste politicus van het land?
Het is juist dat
gebrek aan zelfreflectie dat hem dinsdag heeft opgebroken. Een commissie van
gerenommeerde deskundigen stelt vast dat Nederland op oneigenlijke gronden
de Amerikaanse inval in Irak heeft gesteund. De oud-president van de Hoge
Raad toont ook aan dat de premier zich de kaas van het brood heeft laten
eten door zijn minister van Buitenlandse Zaken en dat hij de Tweede Kamer om
de tuin heeft proberen te leiden.
Pagina na pagina stapelen de
bewijzen zich op. Maar wat zegt de premier: lekker puh, ik heb toch gelijk!
Zelden werd in de parlementaire geschiedenis een treffender voorbeeld
geleverd van de arrogantie van de macht. De waarheidsvinding werd
ondergeschikt gemaakt aan het eigen eergevoel.
Na zijn zwakke
optreden bij de algemene politieke beschouwingen, afgelopen september
erkende de premier dat hij niet in vorm was geweest.
Dat zeldzame
moment van reflectie bood perspectief op verbetering, maar we mogen nu
vaststellen dat dit ijdele hoop is geweest. Premier Jan Peter Balkenende
heeft ongetwijfeld zijn talenten, maar het leiden van een regering hoort
daar niet bij.
Het verwijt dat de commissie-Davids hem dinsdag
maakte – een gebrek aan regie – is hem de afgelopen jaren zo vaak voor de
voeten geworpen dat ontkennen geen zin meer heeft.
Voor een
staatsman is hij bovendien te koppig. Wie een coalitie van drie partijen
veilig de haven in wil sturen, moet af en toe ook zijn verlies kunnen nemen.
De gedwongen draai die hij woensdagavond maakte, kan niet verhullen dat
Balkenende die gave ten enen male mist.
Het CDA moet serieus gaan
nadenken over een nieuwe politiek leider. En bij de Europese Unie zullen ze
in hun handen knijpen dat ze niet Jan Peter Balkenende, maar de Belg Van
Rompuy tot eerste president hebben gekozen.
René van der Lee is
opinieredacteur
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











