Je kunt van premier Balkenende zeggen wat je wilt, maar hij is wel consequent. Consequent afwezig als het moeilijk wordt en consequent onlosmakelijk verbonden aan het pluche. De ontwikkelingen rondom de commissie-Davids van de laatste dagen bevestigen dit eens te meer. In 1999 schreef Balkenende in een artikel in het blad Openbaar bestuur dat de sorry-democratie een bedenkelijke verschraling van de democratie en het functioneren van het openbaar bestuur betekent. ok in zijn boek Anders en beter uit 2002 schreef hij dat de door Paars geïntroduceerde sorry-democratie haaks staat op de ministeriële verantwoordelijkheid en op wat verstaan moet worden onder transparant beleid en een betrouwbare overheid.
In de Catshuisbrand-zaak is sprake van een voorbeeld van de verwerpelijke ‘sorry-democratie’; de situatie waarbij een politicus na het aanbieden van excuses voor iets waarvoor hij redelijkerwijs zou moeten aftreden aanblijft, in plaats van dat hij opstapt. Deze vorm van politiek bedrijven is iets waaraan Balkenende in de Paarse tijd (1994-2002) zo’n hekel had toen het CDA nog in de oppositiebanken zat.In 2006 werd premier Balkenende naar aanleiding van de kwestie-Verdonk, waarbij deze toenmalige minister van Integratie voor de tweede keer een motie van wantrouwen overleefde door haar excuses aan te bieden, in een krantenartikel aan zijn eigen woorden herinnerd. Balkenende lijkt niet geleerd te hebben van eerder geblunder, want hij schoffeerde de bevindingen van de commissie-Davids.Onmiddellijk na de presentatie van het rapport zette hij een en ander weg als een mening. Daarnaast gaf hij aan het te druk te hebben gehad met de kwestie-Margarita en de ruziënde LPF-ministers. Twee kwesties waarin hij overigens allesbehalve een glansrol vervulde. ok in zijn boek Anders en beter uit 2002 schreef hij dat de door Paars geïntroduceerde sorry-democratie haaks staat op de ministeriële verantwoordelijkheid en op wat verstaan moet worden onder transparant beleid en een betrouwbare overheid. Aangaande de eerste kwestie werd hij op genante wijze gesouffleerd door minister Donner, die wel wist hoe de vork in de steel zat. En het geruzie van de LPF-ministers leidde vooral door de passiviteit van Balkenende na 86 dagen tot de val van zijn eerste kabinet. Na een hectische dag, waarin het gonsde van de geruchten dat ook dit kabinet onder leiding van Balkenende het niet zou redden, kwam er een brief van het kabinet aan het parlement. Het rapport van de commissie-Davids zal als basis dienen bij een kritische terugblik op het verleden. Een nieuwe vorm van sorry-democratie is geboren; sorry zeggen en blijven zitten, zonder sorry te zeggen.



Sorteer reacties




















