Dat verhuizende intensieve veehouderijen willen uitbreiden, is volgens Paul Rüpp geen bijverschijnsel van de Reconstructiewet.
Milieudefensie is een actie begonnen tegen de komst van megavarkensbedrijven. Varkensbedrijven in kwetsbare gebieden verdwijnen naar elders. Intensieve veehouderijen die verhuizen, grijpen die gelegenheid aan om flink uit te breiden. En passant wordt door de milieuactivisten geconcludeerd dat de Reconstructiewet heeft gefaald; alsof die wet was bedoeld om varkensbedrijven aan te pakken. Eerder het tegendeel.
Bij de reconstructie in deze zin onderscheiden we, kort gezegd, vier doelen: een betere toekomst voor de landbouw, verbetering van de kwaliteit en kwantiteit van het water, natuurontwikkeling en leefbaarheid van het landelijk gebied. Natuurlijk, één van de hoofddoelen is het afbouwen van de milieudruk van de intensieve veehouderij op woon- en natuurgebieden.
In de wet is vastgelegd dat we de intensieve veehouderij ruimte willen bieden om zich te ontwikkelen en tegelijkertijd kwetsbare gebieden willen beschermen. Om dat te bereiken, is het buitengebied opgedeeld in drie zones. In de zogenoemde landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's) komen meer en ook grotere bedrijven. Dat wilden we ook. Door het verplaatsen van bedrijven enerzijds en het investeren in nieuwe technieken anderzijds, nemen de verspreiding van stank, ammoniak, stof en dergelijke in woongebieden af.
Tien jaar na de varkenspest zijn veel bedrijven verdwenen, zoals er in de hele landbouw dagelijks bedrijven stoppen. Er zijn dus minder landbouwbedrijven, maar ze zijn wel groter. Dat is een economisch gegeven. Wie wil overleven, moet investeren.
De Reconstructiewet, die er na de varkenspest van 1997 kwam, heeft in vijf provincies (Overijssel, Gelderland, Utrecht, Limburg en Noord-Brabant) een proces op gang gebracht dat een positief effect heeft voor het platteland. In Brabant zijn de plannen voor de herinrichting van het platteland in 2005 vastgesteld.
Eigenlijk zijn we pas twee jaar bezig met de uitvoering, met het daadwerkelijk realiseren van projecten. Gemeenten zijn nog volop bezig reconstructieplannen te vertalen in hun bestemmingsplannen voor het buitengebied. Dat laatste is van belang voor de intensieve veehouderijen die een nieuwe plek moeten krijgen.
Aan de verplaatsingsregeling in Brabant doen 76 bedrijven mee. Er is sprake van een aantoonbare afname van bedrijven in zogenoemde kwetsbare gebieden. De helft van die bedrijven heeft (op papier) een nieuwe vestigingsplaats gevonden.
Voor vijftien van deze locaties is de eigendomsakte gepasseerd. Drie bedrijven zijn verplaatst en van nog drie is de verplaatsing bijna afgerond. Dit betekent dat de verplaatsingen na een voorbereiding van een aantal jaren nu op gang beginnen te komen.
Voor de buitenstaander mag dat weinig lijken, zes bedrijven verplaatst. Maar ze vergeten dan dat het verplaatsen van een bedrijf veel tijd kost.
Los daarvan stel ik vast dat de reconstructie alle partijen bij elkaar heeft gebracht die zich met het buitengebied bezighouden. Iedereen weet elkaar nu te vinden, en dat is belangrijk in dit proces. Daarnaast worden allerlei projecten uitgevoerd op het gebied van natuurontwikkeling tot en met het versterken van de leefbaarheid in de dorpen.
Daarom vind ik het zo jammer dat sommigen zo negatief doen over de reconstructie en dat wederom de intensieve veehouderij met de vinger wordt nagewezen. Door de aandacht die gaat naar zogenoemde megavarkensbedrijven, zonder uit te leggen wat dat precies zijn, worden veel mensen en veel initiatieven tekortgedaan.
Het is goed om met elkaar te bepalen wat precies onder een megastal moet worden verstaan en wanneer een grens wordt overschreden. Te denken valt aan milieubelasting, dierwelzijn, landschappelijke inpassing, verkeersdruk et cetera.
Dát moet het criterium zijn: past een bedrijf in zijn omgeving? Dat is een zinvoller discussie dan te spreken over varkensflats, die overigens nergens in Nederland staan of zijn aangevraagd.
Of noemen we twee verdiepingen tegenwoordig al een flat? Dan telt Nederland negen miljoen mensenflats.
Paul Rüpp is gedeputeerde ruimtelijke ontwikkeling en landbouw in Noord-Brabant.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











