Er zit zand in motor van de emancipatie

  donderdag 02 november 2006 | 05:22 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 07 juni 2007 | 18:13

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
ANP Photo

ANP Photo

Zaterdag, 2 december 2006 - Het huidige Nederlandse onderwijs slaagt er niet meer in de positie van grote groepen in de samenleving te vebeteren. Er zit zand in de emancipatiemotor. Jan Marijnissen en Ralph Hanzen komen met een plan van aanpak.

Begin vorige eeuw was het een kleine groep burgers die op basis van afkomst een grote maatschappelijke en economische voorsprong had op de massa. De invoering van de leerplicht en het algemeen stemrecht veroorzaakten begin twintigste eeuw een emancipatiegolf en leidde tot een ongekende welvaartsgroei. Het toegankelijk maken van onderwijs voor brede lagen van de bevolking was daarbij cruciaal. Het huidige Nederlandse onderwijs slaagt er niet meer in de positie van grote groepen in de samenleving te verbeteren. Plaats dit in de context van de sterker en concurrerender wordende Aziatische en Oost-Europese economieën en de noodzaak tot handelen is evident.

De veranderingen in het onderwijs van de laatste veertig jaar strooien zand in de emancipatiemotor. De didactiek die hierbij wordt opgelegd, Het Nieuwe Leren (HNL), werkt segregatie in de hand. De overheid heeft als taak dit proces te stoppen en moet de macht weer opeisen die nog maar onlangs aan schoolleidingen en -besturen is afgestaan. Op deze manier kunnen we voorkomen dat grote groepen straks slachtoffer worden van een maatschappelijke tweedeling in een globaliserende economie.

HNL maakt leerlingen zelf verantwoordelijk voor hun leervragen, leerdoelen en leerroutes. Jongeren van dertien jaar oud moeten zelf bepalen wat nuttig is om te leren, ze moeten zelf vaststellen wat een voldoende eindniveau is en ze moeten zelf bepalen hoe ze denken zich kennis en vaardigheden eigen te maken. HNL legt een zwaar accent op vaardigheden en competenties. Het inhoudelijke kennisniveau van de leerling is hieraan ondergeschikt. De leraar staat buitenspel en mag alleen coachen en begeleiden.

Moderne leerlingen zouden niet meer in staat zijn te leren uit een boek of langer dan tien minuten naar een verhaal te luisteren. Leren samenwerken en het bekwamen in het schrijven van gezamenlijke verslagen wordt hoog aangeslagen.

Dat het vervolgonderwijs een steeds lager instroomniveau signaleert, wordt genegeerd. Vooral de massaal uitvallende vmbo’ers hebben last van deze aanpak. Zij hebben recht op een perspectief dat verder reikt dan dat van hun eigen kringetje. HNL wijst leerlingen juist op hun beperkingen, met desinteresse en slechte motivatie tot logisch gevolg.

Vmbo-scholen moeten jaarlijks minstens 1040 klokuren les te geven. Slechts 7 pct. van de scholen voldoet hieraan. De Wet Beroepen in het onderwijs staat toe dat de lessen gegeven worden door goedkope onderwijsassistenten of dat de economiedocent Frans geeft. HNL stelt geen prijs op hoogopgeleide docenten: zij zijn relatief duur, vaak kritisch en willen meer dan coachend jeugdwerk.

Zo’n 30 pct. van de lessen wordt verzorgd door onbevoegde leraren, die voor 30 pct. van hun tijd bezig zijn met niet-lesgevende taken. Deze uitwassen ontstaan doordat de overheid zich terugtrekt uit het onderwijs. De macht ligt nu bij managers met de neiging van achter het bureau te kijken naar rendementscijfers, in- en doorstroomgegevens en minder naar wie er voor de klas staat: als er maar iemand staat. We zien een tendens van groeiende, traditionele privé-scholen en bijlesinstituten doen steeds betere zaken. Het zal duidelijk zijn dat deze dure vluchtroutes voor velen geen optie zijn.

Onlangs is aangetoond dat het succes van leerlingen vooral wordt voorspeld door de vooropleiding van de docent. Sociale samenstelling en grootte van de groep of ervaring van de leraar doen nauwelijks ter zake. Leraren moeten als autonome personen hun voorbeeldfunctie vormgeven. De huidige grootschalige inrichting van scholen en de massale keuze voor een holle didaktiek maken dat lastig. De Nederlandse hbo-lerarenopleidingen leiden leraren op tot coach en begeleider.

Diploma’s leveren geld op en de curricula worden zonder morren aangepast aan het dalende niveau van de instroom. Een hoogopgeleide docent is in staat de leerlingen uit hun eigen beperkte leefwereld te verheffen en perspectief te bieden. Juist vmbo-leerlingen die bij uitval per definitie problemen krijgen in de arbeidsparticipatie hebben daar recht op. In dat licht mag beleidsmakers

verwaarlozing van talenten en het in de hand werken van segregatie verweten worden.

De macht van schoolbesturen en schoolleidingen moet drastisch worden beperkt. Schaalverkleining en inhoudelijke overheidscontrole zijn noodzakelijk om kwaliteit te waarborgen. De taken van het management moeten daarom gereduceerd worden tot louter faciliterende. De oneigenlijke macht van processturing wordt zo weggenomen. Hbo-lerarenopleidingen moeten zich veel sterker richten op vakinhoud, zodat de huidige verschillen tussen eerstegraadsleraren kleiner

worden en het niveau hoger. Uiteindelijk zijn met deze maatregelen de leerlingen geholpen, doordat zij op grond van een stevige basis zelf werkelijke keuzes kunnen maken. Laten we de emancipatiemotor met grote haast een kwaliteitsimpuls geven. Dat helpt de leerling van nu en de werknemer van later.

Jan Marijnissen is fractievoorzitter van de Socialistische Partij in de Tweede Kamer, Ralph Hanzen is bestuurslid van de vereniging Beter Onderwijs Nederland.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Er zit veel waars in dit schrijven.
Schoolleiding en schoolbesturen zijn meesters
in vergaderen en nieuwe regels verzinnen -
het geven van les is daarbij ondergeschikt.
In NL is het maken van werkstukken en verslagen belangrijker dan het leren van feiten.
Mijn dochter maakt de mooiste verslagen en werkstukken, wat ze van de internet afsnoept.
Als ik haar dan een maand later over feiten
van haar onderwerp vraag (bijvoorbeeld geschiedenis) dan is ze de helft vergeten.
Ze zegt dan - ik heb hier een ACHT voor gehaald en dat ik nu de helft ben vergeten
dat is niet belangrijk, het gaat om het punt
en niet om de kennis!
In Belgie is het onderwijs meer didactisch
en op het leren van feiten gericht en dit blijft
toch beter hangen.
Mijn dochter lijkt meer op een ontwerper
en grafisch vormgever dan op een student!
Ze zit in klas 5-atheneum, als ik haar vraag
weet jij wat debet en credit - activa en passiva (boekhouden) is dan doet ze net alsof ik latijn spreek.... dit leerden wij vroeger in klas I van de mulo!
J. Zomers - Uden - 03-12-2006 | 07:48

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels