Promovendus cum laude Maud Graff, hier bij de inontvangstname van de de Alzheimer Stimuleringsprijs 2008: "Wij kwamen op een besparing van 1.750 euro bij elke succesvolle behandeling." foto archief Maud Graff
Een huisbezoek van een ergotherapeut bij dementerenden werkt louterend voor patiënt, mantelzorger en de portemonnee van minister Ab Klink. Zo blijkt uit onderzoek van Maud Graff.
'Rozenstruiken knippen", luidde het antwoord op de vraag wat hij nog
dolgraag zou willen doen. Zijn vrouw zei meteen: dat kan niet meer, daarvoor
is hij te verward. Maar ze had ongelijk. Dankzij een ergotherapeute die haar
demente echtgenoot met slimme, maar eigenlijk ook heel simpele aanwijzingen
bij de hand wist te nemen.
Met roodwit lint werd elke dag het stuk
tuin afgezet waar de man, voorheen een ware tuinfanaat, aan de slag kon.
Verwijsbordjes met maximaal drie woorden wezen hem de weg. Naar de schuur
waar de schaar lag. En naar het stukje rozentuin dat voor hem met het lint
was omheind. Dit, om te voorkomen dat hij de godsganse dag bleef knippen.
Halverwege het werk van die dag stond een stoel waarop hij automatisch
plaatsnam om te rusten. Wel kreeg hij vanaf een tekstbord de opdracht om
eerst nog even de wekker te zetten. Na de tring van 15 minuten moest hij
namelijk weer aan de slag.
De patiënt die zo gedesoriënteerd was
in tijd en plaats en alsmaar lukraak door het huis struinde, bleek ineens
gestructureerd aan de slag te kunnen. Zelfstandig nog wel. En sterker: hij
kreeg weer een stuk levensgeluk terug. "Omdat hij weer kon doen wat hij
leuk vond", vertelt gezondheidswetenschapper en ergotherapeute Maud
Graff.
Zijn vrouw volgde haar echtgenoot de eerste dagen nog met
de nodige argwaan, maar durfde al na een week het huis uit te gaan voor een
boodschap.
Onlangs promoveerde Graff cum laude op een studie die in
de zorgwereld de nodige stof deed opwaaien. De conclusie van haar
proefschrift: ergotherapie is tot nu toe de meest effectieve interventie in
het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met dementie. En daar
bovenop een niet onbelangrijke bevinding: en óók dat van de mantelzorgers.
In Nijmegen en omgeving hebben van 2002 tot 2006 135 dementerenden –
gemiddelde leeftijd 78 jaar – tien keer een bezoek van een uur aan huis
gehad van een ergotherapeute over een periode van vijf weken. Daarbij werd
een vaste procedure gevolgd van eerst praten en aansluitend oefenen.
"Zowel met de patiënt als de mantelzorger zijn onafhankelijk van elkaar
gesprekken gevoerd. Insteek was steeds: achterhalen wat de cliënt nog
betekenisvol vindt om te doen. Door terug te gaan naar het verleden, gingen
we op zoek naar wat iemand nog werkelijk kon motiveren."
Zo
lukte het om de man weer in alle zelfstandigheid te laten tuinieren. Maar
ook om een verwarde mevrouw met één telefoontje van haar schoondochter bij
haar kapper te krijgen, en dat nadat ze zichzelf had gewassen en aangekleed
met de instructies, reminders en spullen die voor haar klaarlagen. Of om
licht dementerenden in hun uppie te laten winkelen met behulp van een
routekaart met eigen oriëntatiepunten daarop beschreven. En weer een ander
aan het bloemschikken te krijgen.
Gemeenschappelijke noemer in dit
succesverhaal: vrijwel iedereen werd er beter van. "Patiënten gaven na
drie maanden op een vijfpuntsschaal aan dat hun kwaliteit van leven met
gemiddeld 0,8 punt was gestegen. De mantelzorgers scoorden 0,7 hoger."
Dat laatste vooral dankzij het feit dat de irritaties in de communicatie
waren verminderd: "Doordat ze zich minder hulpeloos en overbelast
voelden."
Nog meer cijfers: "Bijna vier van de vijf
patiënten voelden zich weer vooruitgaan met dagelijkse activiteiten als
huishouden, zichzelf verzorgen en/of hobbies." Van de mantelzorgers
gaven zeven van de tien een significant positief effect aan voor hun leven.
Wat Graff nog meer verbaasde, was dat de trainingen zo goed bleven hangen: "
Na drie maanden deden de patiënten hun dagbesteding niet alleen beter, ze
hadden ook nieuwe activiteiten opgepakt." Een verklaring is volgens de
onderzoeker dat de mantelzorgers zich de werkwijze van de ergotherapeute
eigen hadden gemaakt en er zelf mee gingen experimenteren.
Nog een
voorlopige conclusie, die minister Ab Klink niet onwelgevallig in de oren
zal klinken, is dat de kosten flink naar beneden kunnen wanneer
ergotherapeuten breed worden ingezet. "Wij kwamen over een periode van
drie maanden op een besparing van 1.750 euro bij elke succesvolle
behandeling."
Dat bedrag is berekend op basis van de
verminderde hulpbehoefte bij de geholpen cliënt. Daardoor zal bijvoorbeeld
minder thuiszorg worden ingekocht en hoeft ook minder beroep gedaan te
worden op de ondersteunende mantelzorg. Hierdoor maakt deze weer minder
gebruik van een huisarts, fysiotherapeut en psycholoog voor
overbelastingsklachten. "Bij een goede bezigheid thuis en minder
belasting van de mantelzorg, hoeven mensen ook niet meer naar de
dagbesteding."
Rest de vraag waarom dementerenden thuis niet
al massaal bezocht zijn door ergotherapeuten. Graff: "Met Ergotherapie
Nederland zijn we aan het lobbyen bij zorgverzekeraars en gaan we ook naar
het ministerie van Volksgezondheid met de insteek dat veel vaker
doorverwezen moet worden naar ergotherapeuten. En ook de politiek moet
bewerkt worden."
Probleem is alleen dat er veel te weinig
ergotherapeuten zijn om meteen al de groeiende groep van dementerenden te
kunnen helpen.
"Daarom moet onderzocht worden of niet ook
ergotherapeut-assistenten, thuiszorgmedewerkers en gespecialiseerde
gezinsverzorgers onder aansturing van ergotherapeuten een deel van de
behandeling kunnen uitvoeren."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties











