Vrouwen met het syndroom van Münchhausen by proxy mishandelen hun kinderen om zelf in het middelpunt van de medische belangstelling te staan. Roos Boum, 43 jaar oud, heeft een boek geschreven gebaseerd op haar ervaring als slachtoffer.
‘Ik besefte voor het eerst dat er iets niet klopte toen mijn moeder mij als
kleuter tegen de gaskachel duwde en mijn vader dat niet wilde geloven.
Zoiets doen mama’s namelijk niet. Maar ik had een brandwond op mijn buik en
bovenbeen. Als ik echt was gevallen, zoals mijn moeder beweerde, had ik door
me af te weren toch zeker ook brandwonden op mijn handen of armen gehad?
Mijn hele jeugd liep mijn moeder met mij de deuren plat bij artsen en
specialisten. Ik was een zwak poppetje, zou niet oud worden en moest
dankbaar zijn dat zij zo goed voor mij zorgde. Vriendinnetjes mochten niet
bij me spelen, familie werd weggehouden; dat zou me maar vermoeien. Ik
geloofde zelf ook dat ik ziek was en snel dood zou gaan. Ik had zogenaamd
een mankement aan mijn auto-immuunsysteem, waardoor ik een gebrek aan
afweerstoffen had; dat maakte me snel ziek.
Deze ziekte schijnen
mensen met het syndroom van Münchhausen by proxy wel vaker te verzinnen,
juist omdat het zo vaag is en er zo weinig over bekend is. Mijn moeder heeft
me niet zozeer lichamelijk als wel geestelijk mishandeld. Eindeloos is er
door artsen aan me gefriemdeld, in me geknepen en heb ik de meest idiote
griepprikken gekregen. Bloedprikken werd traumatisch; verpleegkundigen die
de juiste ader niet konden vinden. Ik huilde, schreeuwde, maar mijn moeder
troostte of knuffelde me nooit.
Het ging haar niet om mij, ze gaf
niets om mij. Ik was haar middel tot aandacht. Ze was niet sadistisch of zo,
ze genoot er niet van als ik leed. Maar het feit dat zij voor elkaar kreeg
dat er nieuw onderzoek kwam, dat ik opnieuw werd geprikt, gaf haar een
gevoel van macht. Zij, die zo’n gestudeerd persoon als een arts kon
manipuleren.
Op mijn twaalfde wilde mijn moeder ineens dat ik
inwendig werd onderzocht. Geen idee waarom. Of ik geslachtsgemeenschap had
gehad, vroeg de arts. Snapte niet eens wat hij bedoelde. Vernederend. Ik was
zo naïef en onnozel in die tijd. Ik verzette me ook niet. Gaf braaf antwoord
op de vragen van de dokter, die ik soms met mijn moeder van tevoren had
doorgenomen. Zei ‘ja’ als de dokter vroeg of ik ergens pijn had.
Ons gezin is vroeger veel verhuisd. Dat kwam mijn moeder wel goed uit. Kon ze
in een nieuwe stad naar een nieuw ziekenhuis, waar medici mijn
voorgeschiedenis niet kenden.
Ik heb me achteraf vaak afgevraagd
waarom artsen er niet eerder zijn achtergekomen dat mij niets mankeerde. Er
is in al die jaren één keer een kinderarts geweest die het niet vertrouwde
en die alle vorige dossiers heeft opgevraagd. Haar conclusie was inderdaad
dat er niets aan de hand was.
Het kind mocht daarom wel wat harder
aangepakt worden, schreef zij. Ze had geen idee dat niet ík het was die de
verschijnselen verzon, maar mijn moeder. Ook mijn vader heeft nooit iets
gemerkt. Hij werkte overdag en waarom zou hij de verhalen van zijn vrouw
over zijn zieke dochter niet geloven?
Op school werd ik gepest, ik
was zo vaak ziek. Andere kinderen vonden mij maar raar. Alsof zij ook wel
aanvoelden dat ik eigenlijk helemaal niet ziek was. Moeders van
vriendinnetjes hebben mij achteraf verteld dat ze vonden dat mijn moeder
heel zorgzaam, maar ook overbezorgd was. Aan de andere kant was ze ook heel
nonchalant met me. Toen ik zes was heeft ze me een keer alleen met de bus
naar mijn oma laten gaan. Deed ze mij een kaartje om mijn nek en gaf ze de
buschauffeur geld voor een taxi; voor als mijn oma niet bij het eindpunt van
de bus op mij zou wachten. Of de chauffeur dan zo vriendelijk wilde zijn mij
in een taxi naar het adres op het kaartje te sturen.
Op mijn
zeventiende ben ik een paar jaar uit huis gegaan vanwege mijn opleiding.
Meteen was ik niet meer ziek. Toen ik daarna weer thuis ging wonen, begon
het gewoon opnieuw. Moeder sleepte mij mee naar het ziekenhuis. En hoe
mondig ik ook geworden was, ik liet me meteen weer in de oude rol drukken.
Vrij snel daarna ben ik definitief het huis uit gegaan.
Tien jaar
geleden zag ik per toeval een documentaire over Münchhausen by proxy. Ik
voelde dat het iets met mijn moeder te maken had, maar de voorbeelden uit de
documentaire waren zo gewelddadig dat ik het weer heb weggestopt. Verborgen
camera’s hadden vastgelegd hoe een moeder haar baby verstikte en hoe een
andere bij een kind een armpje brak. Zoiets had mijn moeder niet gedaan,
dacht ik.
Vier jaar geleden heb ik het contact met mijn moeder
verbroken. Na weer een of andere onbenullige ruzie was ineens de maat vol.
Ik was het zat dat ze zich altijd met mijn leven bemoeide. Voelde daarna een
enorme opluchting en bevrijding, wat me verbaasde. Ben stukje bij beetje in
mijn verleden gaan graven, heb medische dossiers opgevraagd en kwam tot de
conclusie dat mijn moeder wel degelijk het syndroom van Münchhausen by proxy
heeft.
Ze heeft vroeger weinig aandacht gekregen, voelde zich
achtergesteld bij haar zus en heeft een enorm minderwaardigheidscomplex. Een
verbitterde vrouw.
Waarschijnlijk heeft ze ooit een goede ervaring
met een dokter of hulpverlener gehad, bij hen begrip gevonden.
Heb
mijn ouders een paar jaar geleden een brief van veertien kantjes gestuurd
met kopieën van mijn medische dossier. Niets gehoord, tot afgelopen maandag.
Belde mijn moeder ineens nadat ze een stukje over mijn boek in de krant had
zien staan.
Boos ontkende ze dat zij ook maar ergens aan zou
lijden.“
Valse Salie, Kroniek van een verscheurde jeugd,
Roos Boum, uitgeverij SWP Amsterdam ISBN 978 90 6665 8257.
Meer
informatie:.
www.roosboum.nl
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











