‘Zoiets doet mama heus niet’

Auteur: Door MAYKE CALIS |   woensdag 24 januari 2007 | 08:27 | Laatst bijgewerkt op: maandag 26 mei 2008 | 18:23

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Roos Boum: 'Mijn moeder heeft me niet zozeer lichamelijk als wel geestelijk mishandeld. Eindeloos is er door artsen aan me gefriemdeld.'

Roos Boum: 'Mijn moeder heeft me niet zozeer lichamelijk als wel geestelijk mishandeld. Eindeloos is er door artsen aan me gefriemdeld.'

Vrouwen met het syndroom van Münchhausen by proxy mishandelen hun kinderen om zelf in het middelpunt van de medische belangstelling te staan. Roos Boum, 43 jaar oud, heeft een boek geschreven gebaseerd op haar ervaring als slachtoffer.

‘Ik besefte voor het eerst dat er iets niet klopte toen mijn moeder mij als kleuter tegen de gaskachel duwde en mijn vader dat niet wilde geloven. Zoiets doen mama’s namelijk niet. Maar ik had een brandwond op mijn buik en bovenbeen. Als ik echt was gevallen, zoals mijn moeder beweerde, had ik door me af te weren toch zeker ook brandwonden op mijn handen of armen gehad?

Mijn hele jeugd liep mijn moeder met mij de deuren plat bij artsen en specialisten. Ik was een zwak poppetje, zou niet oud worden en moest dankbaar zijn dat zij zo goed voor mij zorgde. Vriendinnetjes mochten niet bij me spelen, familie werd weggehouden; dat zou me maar vermoeien. Ik geloofde zelf ook dat ik ziek was en snel dood zou gaan. Ik had zogenaamd een mankement aan mijn auto-immuunsysteem, waardoor ik een gebrek aan afweerstoffen had; dat maakte me snel ziek.

Deze ziekte schijnen mensen met het syndroom van Münchhausen by proxy wel vaker te verzinnen, juist omdat het zo vaag is en er zo weinig over bekend is. Mijn moeder heeft me niet zozeer lichamelijk als wel geestelijk mishandeld. Eindeloos is er door artsen aan me gefriemdeld, in me geknepen en heb ik de meest idiote griepprikken gekregen. Bloedprikken werd traumatisch; verpleegkundigen die de juiste ader niet konden vinden. Ik huilde, schreeuwde, maar mijn moeder troostte of knuffelde me nooit.

Het ging haar niet om mij, ze gaf niets om mij. Ik was haar middel tot aandacht. Ze was niet sadistisch of zo, ze genoot er niet van als ik leed. Maar het feit dat zij voor elkaar kreeg dat er nieuw onderzoek kwam, dat ik opnieuw werd geprikt, gaf haar een gevoel van macht. Zij, die zo’n gestudeerd persoon als een arts kon manipuleren.

Op mijn twaalfde wilde mijn moeder ineens dat ik inwendig werd onderzocht. Geen idee waarom. Of ik geslachtsgemeenschap had gehad, vroeg de arts. Snapte niet eens wat hij bedoelde. Vernederend. Ik was zo naïef en onnozel in die tijd. Ik verzette me ook niet. Gaf braaf antwoord op de vragen van de dokter, die ik soms met mijn moeder van tevoren had doorgenomen. Zei ‘ja’ als de dokter vroeg of ik ergens pijn had.

Ons gezin is vroeger veel verhuisd. Dat kwam mijn moeder wel goed uit. Kon ze in een nieuwe stad naar een nieuw ziekenhuis, waar medici mijn voorgeschiedenis niet kenden.

Ik heb me achteraf vaak afgevraagd waarom artsen er niet eerder zijn achtergekomen dat mij niets mankeerde. Er is in al die jaren één keer een kinderarts geweest die het niet vertrouwde en die alle vorige dossiers heeft opgevraagd. Haar conclusie was inderdaad dat er niets aan de hand was.

Het kind mocht daarom wel wat harder aangepakt worden, schreef zij. Ze had geen idee dat niet ík het was die de verschijnselen verzon, maar mijn moeder. Ook mijn vader heeft nooit iets gemerkt. Hij werkte overdag en waarom zou hij de verhalen van zijn vrouw over zijn zieke dochter niet geloven?

Op school werd ik gepest, ik was zo vaak ziek. Andere kinderen vonden mij maar raar. Alsof zij ook wel aanvoelden dat ik eigenlijk helemaal niet ziek was. Moeders van vriendinnetjes hebben mij achteraf verteld dat ze vonden dat mijn moeder heel zorgzaam, maar ook overbezorgd was. Aan de andere kant was ze ook heel nonchalant met me. Toen ik zes was heeft ze me een keer alleen met de bus naar mijn oma laten gaan. Deed ze mij een kaartje om mijn nek en gaf ze de buschauffeur geld voor een taxi; voor als mijn oma niet bij het eindpunt van de bus op mij zou wachten. Of de chauffeur dan zo vriendelijk wilde zijn mij in een taxi naar het adres op het kaartje te sturen.

Op mijn zeventiende ben ik een paar jaar uit huis gegaan vanwege mijn opleiding. Meteen was ik niet meer ziek. Toen ik daarna weer thuis ging wonen, begon het gewoon opnieuw. Moeder sleepte mij mee naar het ziekenhuis. En hoe mondig ik ook geworden was, ik liet me meteen weer in de oude rol drukken. Vrij snel daarna ben ik definitief het huis uit gegaan.

Tien jaar geleden zag ik per toeval een documentaire over Münchhausen by proxy. Ik voelde dat het iets met mijn moeder te maken had, maar de voorbeelden uit de documentaire waren zo gewelddadig dat ik het weer heb weggestopt. Verborgen camera’s hadden vastgelegd hoe een moeder haar baby verstikte en hoe een andere bij een kind een armpje brak. Zoiets had mijn moeder niet gedaan, dacht ik.

Vier jaar geleden heb ik het contact met mijn moeder verbroken. Na weer een of andere onbenullige ruzie was ineens de maat vol. Ik was het zat dat ze zich altijd met mijn leven bemoeide. Voelde daarna een enorme opluchting en bevrijding, wat me verbaasde. Ben stukje bij beetje in mijn verleden gaan graven, heb medische dossiers opgevraagd en kwam tot de conclusie dat mijn moeder wel degelijk het syndroom van Münchhausen by proxy heeft.

Ze heeft vroeger weinig aandacht gekregen, voelde zich achtergesteld bij haar zus en heeft een enorm minderwaardigheidscomplex. Een verbitterde vrouw.

Waarschijnlijk heeft ze ooit een goede ervaring met een dokter of hulpverlener gehad, bij hen begrip gevonden.

Heb mijn ouders een paar jaar geleden een brief van veertien kantjes gestuurd met kopieën van mijn medische dossier. Niets gehoord, tot afgelopen maandag.

Belde mijn moeder ineens nadat ze een stukje over mijn boek in de krant had zien staan.

Boos ontkende ze dat zij ook maar ergens aan zou lijden.“

Valse Salie, Kroniek van een verscheurde jeugd, Roos Boum, uitgeverij SWP Amsterdam ISBN 978 90 6665 8257.

Meer informatie:. www.roosboum.nl

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
inderdaad ook zorgen dat jongeren er meer mee in contact komen
ben zelf 15, ik doe woensdag boekbespreking erover. niemand weet wat het inhoud, mijn moeder had t me 2maanden geleden allemaal uitgelegd en toen heb ik het boek ook gelezen. dat mensen hun kind dat aandoen.
maar ook
de vrienden van me die ik over t boek vertel(tussen 14 en 16) vinden t onw. interessant dus in schoolbieb enzo zetten dan vind ik :)
Casper - 26-05-2008 | 18:23
Ik heb het boek 'Valse Salie' achter elkaar en ademloos uitgelezen. Zelden heeft een boek zo'n die indruk bij me achter gelaten als dit boek van Roos Boum.
Als het aan mij zou liggen, kwam dit boek in alle bibliotheken te staan en wat zou ik het graag op scholen tegen komen! Daarmee bereik je wellicht de jongeren die op dit moment slachtoffer zijn.
Een goeie stap om de stilte te verbreken over een onderwerp waar nog veel te weinig over bekend is.
Wil
Wil - 31-01-2007 | 16:24

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels