Vrouw als arts beste medicijn

Auteur: door Eva Wassenburg |   woensdag 25 maart 2009 | 14:01 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 25 maart 2009 | 14:04

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Vrouwelijke artsen communiceren beter met hun patiënten. foto Do Visser

Vrouwelijke artsen communiceren beter met hun patiënten. foto Do Visser

Ziek zijn roept veel emoties op. Een arts die medeleven toont, aandacht geeft en écht luistert helpt de patiënt bij het accepteren van de ziekte en kan het genezingsproces versnellen. Vrouwelijke artsen doen dat vaak beter dan hun mannelijke collega's, zegt communicatiedeskundige Marleen Wickering.

'Hij in wie de mensen het meest vertrouwen hebben, geneest het beste', zei de Griekse arts Galenus al in de tweede eeuw. Al kan 'hij' na het onderzoek van Marleen Wickering beter worden veranderd in 'zij'. "Vrouwelijke artsen hebben vaak meer aandacht voor het gevoel van een patiënt", zegt Wickering. Zij onderzocht de tevredenheid van patiënten over de communicatie met hun arts.

Goede communicatie heeft een genezende werking die wetenschappelijk kan worden verklaard: stress is slecht voor het immuunsysteem. Geruststellende woorden tijdens de diagnose en behandeling ondersteunen juist de werking van dit systeem. Een effect dat vrouwelijke artsen beter teweeg kunnen brengen dan mannen, zo blijkt uit het afstudeeronderzoek van Wickering. De communicatiewetenschapper ondervroeg ruim driehonderd patiënten van de polikliniek Inwendige Specialismen van het UMC st Radboud in Nijmegen. Mannelijke patiënten zijn het meest positief over hun vrouwelijke arts; ze geven haar gemiddeld een 8,6 voor communicatie. Wat minder tevreden zijn vrouwen met een mannelijke arts, die geven het contact met hun arts gemiddeld een 8.

Marleen Wickering is ervaringsdeskundige. Ze heeft de ziekte van Crohn, een chronische darmaandoening waardoor ze al heel wat communicatie in het medische circuit meemaakt. Van de chirurg die haar niet eens een hand geeft, tot een vrouwelijke arts die wel heel nadrukkelijk stiltes laar vallen om haar de ruimte te geven haar emoties te uiten. "Ik heb nu een mannelijke arts en ik ben daar heel tevreden over. Hoewel hij weinig emotionele zaken bespreekt." Marleen heeft daar geen problemen mee. Uit haar onderzoek blijkt dat ze niet de enige is: jonge en hoog opgeleide patiënten zeggen minder behoefte te hebben aan medeleven van een arts.

Dat zou kunnen verklaren waarom ouderen hun arts hoger waarderen dan jongeren: patiënten tussen de 18 en 34 jaar geven het contact met hun arts een 7,9 en patiënten van 65 jaar geven een 8,5. Ook opleiding speelt een rol in de manier waarop patiënten tegen hun arts aankijken: laag opgeleiden geven hun arts een 8,5, hoog opgeleiden een 8,1.

Het bijzondere aan het onderzoek is dat Wickering het brede begrip communicatie uiteenrafelt en de verschillende aspecten onderzoekt. Instructie krijgen over medicijngebruik of eens lekker kunnen uithuilen zijn immers twee heel verschillende vormen van communicatie in de spreekkamer.

Wickering maakt een onderscheid tussen gevoelscommunicatie en feitelijke communicatie (informatie over de behandeling).

Zowel mannen als vrouwen ervaren meer gevoel in de communicatie met een vrouwelijke arts. Vrouwen nog meer dan mannen, maar geven ook aan daar meer behoefte aan te hebben. Opvallend vindt Wickering dat mannen minder belang hechten aan aandacht voor hun gevoelens bij een bezoek aan een mannelijke arts. "Blijkbaar stellen ze hun verwachtingen bij als ze op het spreekuur van een man komen. Bij een vrouwelijke arts vinden mannen gevoelscommunicatie plotseling wel belangrijk. Alsof er iets wordt getriggerd op het moment dat ze contact hebben met een vrouwelijke arts."

Het onderzoek van Wickering richt zich ook op kenmerken die de mate van dialoog tussen arts en patiënt bepalen: verwantschap (connectie met wederzijds respect), wederkerigheid (verbonden voelen), risico (of patiënten zich veilig genoeg voelen om de confrontatie aan te gaan), empathie (zich in elkaar kunnen verplaatsen) en toewijding.

De grootste ontevredenheid bij vrouwen blijkt te zijn dat ze bij mannelijke artsen niet genoeg toewijding voelen en dat ze niet tegen de arts in durven gaan. Wickering: "Dat zou te maken kunnen hebben met het statusverschil. Vrouwelijke artsen zijn in hun communicatie gericht op het verkleinen van bestaande statusverschillen, terwijl mannen deze juist blijken te benadrukken."

Volgens Wickering kunnen mannelijke artsen nog veel van hun vrouwelijke collega's leren. Dat moet ook op grotere schaal gebeuren. "In de opleiding wordt meer aandacht aan communicatie besteed dan vroeger, maar er is ruimte voor verbetering."

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels