Ziek zijn roept veel emoties op. Een arts die medeleven toont, aandacht geeft en écht luistert helpt de patiënt bij het accepteren van de ziekte en kan het genezingsproces versnellen. Vrouwelijke artsen doen dat vaak beter dan hun mannelijke collega's, zegt communicatiedeskundige Marleen Wickering.
'Hij in wie de mensen het meest vertrouwen hebben, geneest het beste', zei
de Griekse arts Galenus al in de tweede eeuw. Al kan 'hij' na het onderzoek
van Marleen Wickering beter worden veranderd in 'zij'. "Vrouwelijke
artsen hebben vaak meer aandacht voor het gevoel van een patiënt",
zegt Wickering. Zij onderzocht de tevredenheid van patiënten over de
communicatie met hun arts.
Goede communicatie heeft een genezende
werking die wetenschappelijk kan worden verklaard: stress is slecht voor het
immuunsysteem. Geruststellende woorden tijdens de diagnose en behandeling
ondersteunen juist de werking van dit systeem. Een effect dat vrouwelijke
artsen beter teweeg kunnen brengen dan mannen, zo blijkt uit het
afstudeeronderzoek van Wickering. De communicatiewetenschapper ondervroeg
ruim driehonderd patiënten van de polikliniek Inwendige Specialismen van het
UMC st Radboud in Nijmegen. Mannelijke patiënten zijn het meest positief
over hun vrouwelijke arts; ze geven haar gemiddeld een 8,6 voor
communicatie. Wat minder tevreden zijn vrouwen met een mannelijke arts, die
geven het contact met hun arts gemiddeld een 8.
Marleen Wickering
is ervaringsdeskundige. Ze heeft de ziekte van Crohn, een chronische
darmaandoening waardoor ze al heel wat communicatie in het medische circuit
meemaakt. Van de chirurg die haar niet eens een hand geeft, tot een
vrouwelijke arts die wel heel nadrukkelijk stiltes laar vallen om haar de
ruimte te geven haar emoties te uiten. "Ik heb nu een mannelijke arts
en ik ben daar heel tevreden over. Hoewel hij weinig emotionele zaken
bespreekt." Marleen heeft daar geen problemen mee. Uit haar onderzoek
blijkt dat ze niet de enige is: jonge en hoog opgeleide patiënten zeggen
minder behoefte te hebben aan medeleven van een arts.
Dat zou
kunnen verklaren waarom ouderen hun arts hoger waarderen dan jongeren:
patiënten tussen de 18 en 34 jaar geven het contact met hun arts een 7,9 en
patiënten van 65 jaar geven een 8,5. Ook opleiding speelt een rol in de
manier waarop patiënten tegen hun arts aankijken: laag opgeleiden geven hun
arts een 8,5, hoog opgeleiden een 8,1.
Het bijzondere aan het
onderzoek is dat Wickering het brede begrip communicatie uiteenrafelt en de
verschillende aspecten onderzoekt. Instructie krijgen over medicijngebruik
of eens lekker kunnen uithuilen zijn immers twee heel verschillende vormen
van communicatie in de spreekkamer.
Wickering maakt een
onderscheid tussen gevoelscommunicatie en feitelijke communicatie
(informatie over de behandeling).
Zowel mannen als vrouwen ervaren
meer gevoel in de communicatie met een vrouwelijke arts. Vrouwen nog meer
dan mannen, maar geven ook aan daar meer behoefte aan te hebben. Opvallend
vindt Wickering dat mannen minder belang hechten aan aandacht voor hun
gevoelens bij een bezoek aan een mannelijke arts. "Blijkbaar stellen ze
hun verwachtingen bij als ze op het spreekuur van een man komen. Bij een
vrouwelijke arts vinden mannen gevoelscommunicatie plotseling wel
belangrijk. Alsof er iets wordt getriggerd op het moment dat ze contact
hebben met een vrouwelijke arts."
Het onderzoek van Wickering
richt zich ook op kenmerken die de mate van dialoog tussen arts en patiënt
bepalen: verwantschap (connectie met wederzijds respect), wederkerigheid
(verbonden voelen), risico (of patiënten zich veilig genoeg voelen om de
confrontatie aan te gaan), empathie (zich in elkaar kunnen verplaatsen) en
toewijding.
De grootste ontevredenheid bij vrouwen blijkt te zijn
dat ze bij mannelijke artsen niet genoeg toewijding voelen en dat ze niet
tegen de arts in durven gaan. Wickering: "Dat zou te maken kunnen
hebben met het statusverschil. Vrouwelijke artsen zijn in hun communicatie
gericht op het verkleinen van bestaande statusverschillen, terwijl mannen
deze juist blijken te benadrukken."
Volgens Wickering kunnen
mannelijke artsen nog veel van hun vrouwelijke collega's leren. Dat moet ook
op grotere schaal gebeuren. "In de opleiding wordt meer aandacht aan
communicatie besteed dan vroeger, maar er is ruimte voor verbetering."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















