Je was ziek en je dacht dat je beter zou worden. Maar nu je weer thuis bent, is alles anders. Je kunt niet meer wat je vroeger kon of je moet echt je levensstijl veranderen. Een tikkie terug, hoe leer je dat? Als Thea haar lymfklierkanker heeft overwonnen, maakt ze haar studie af en vindt een parttime baan.
Ze is 23 jaar en wil weer meedoen aan het leven. Maar op haar vrije dagen
slaapt ze bij. Ook haar hobby's en sociale contacten moet ze op een laag
pitje zetten.
Veel mensen die ernstig ziek zijn geweest, moeten
daarna hun levensstijl aanpassen. Ze kunnen de dingen die ze gewend waren
eenvoudigweg niet meer doen. Of - en dat komt veel voor na een burn-out - ze
wíllen die dingen niet meer doen. Maar ander gedrag aanleren en het nog leuk
vinden ook, is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Gelukkig is er
hulp. Om te beginnen in het ziekenhuis, waar behalve artsen en
verpleegkundigen ook andere mensen zijn te vinden die je bijstaan. Zoals een
diëtist, die je heel praktisch leert een ander voedingspatroon te
ontwikkelen. En een maatschappelijk werker, die helpt bij allerlei zorgen:
onzekerheden en spanningen, veranderingen in relatie en gezin, geld.
De maatschappelijk werker brengt bovendien lotgenoten met elkaar in contact,
zodat zij van elkaars ervaringen kunnen leren.
Volgens ziekenhuis
Rijnstaete in Arnhem werkt dat vooral goed bij mensen die hun leven
drastisch zien veranderen, zoals diabetespatiënten, dialysepatiënten en
hartrevalidatiepatiënten.
Hartrevalidatiepatiënten krijgen bij
veel ziekenhuizen, zoals het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen,
zelfs een leefstijlcursus aangeboden. Een klinisch psycholoog helpt
patiënten én hun partner dan bij het veranderen van leefgewoontes. Patiënten
leren stress te hanteren, te stoppen met roken en een nieuwe balans te
vinden in hun dagelijks leven.
Thea's ervaring is één van de vele
verhalen die elke dag te horen zijn bij het Nijmeegs Kenniscentrum
Chronische Vermoeidheid (NKCV). Dat instituut, verbonden aan Universitair
Medisch Centrum St Radboud, onderzoekt en behandelt chronische vermoeidheid.
En niet alleen bij mensen met het Chronisch Vermoeidheids Syndroom (CVS).
Zo heeft 80 procent van de multiple-sclerosepatiënten last van ernstige
vermoeidheid.
En dan zijn er nog de mensen die genezen zijn
verklaard, maar toch moe blijven. Je ziet het vooral bij ex-kankerpatiënten
en na een beroerte, weten zij bij het NKCV.
Senior-onderzoeker en
psycholoog Marieke Gielissen van het NKCV weet inmiddels dat in dat geval
cognitieve gedragstherapie (die gaat ervan uit dat gedachten, gevoelens en
gedrag op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn) helpt. Althans,
vaak helpt. Na een half jaar therapie is driekwart van de patiënten niet
meer ernstig moe. Ze leren begrijpen dat ze hun vermoeidheid de baas kunnen
worden. Dat hun middagslaapje hen niet langer helpt, maar nu juist verder
van huis brengt. "Het is geen gemakkelijke behandeling. Voor patiënten
betekent het hard werken" , zegt Gielissen.
Hard gewerkt wordt
er ook bij het revalidatieprogramma Herstel & Balans, dat
kankerpatiënten overal in Nederland een groepsprogramma van lichaamstraining
en psycho-educatie aanbiedt. Vermoeidheid, pijn, angst en neerslachtigheid
worden bij de kop gepakt met fitness en groepsgesprekken, waardoor de
levenskwaliteit verbetert. In de Gelderse regio is Herstel & Balans te
volgen in Arnhem, Nijmegen, Doetinchem, Wageningen, Culemborg, Tiel en
Cuijk.
Behalve een in eerste instantie lichamelijke noodzaak, kan
er een mentale noodzaak tot verandering zijn. Wie jaren te veel van zichzelf
vergde en daardoor een burn-out kreeg, kan daarover meepraten. Menigeen
besluit dat het roer om moet. Maar welke kant op?
"Een
lifecoach kan je bij die keuze helpen", zegt Peter Krijger. "
Eigenlijk zou iedereen er een moeten hebben, al was het maar voor jaarlijks
onderhoud." Krijger ziet de lifecoach als een blijvertje. Zijn Atma
Instituut, dat de beroepsopleiding lifecoaching verzorgt, begon vier jaar
geleden met een groepje van tien studenten en telt er inmiddels tweehonderd,
zegt hij. Een lifecoach helpt je leven opnieuw vorm te geven. Praktisch: is
er voldoende balans tussen werk en vrije tijd? Doe ik het werk dat bij me
past? En op een hoger niveau: hoe krijg ik meer zelfvertrouwen, hoe leer ik
omgaan met stress, hoe kan ik beter communiceren? "Het gaat er vooral
om effectiever te leven", zegt Krijger. "De balans te verbeteren.
Leren ontspannen, niet altijd maar doorjakkeren. En de keuzes maken die bij
je passen."
Met Thea gaat het goed. Via cognitieve
gedragstherapie leerde ze dat ze meer kan dan ze dacht. Ze geniet weer van
haar leven.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















