Hoogleraar anethesiologie Gert Jan Scheffer: "Anesthesie is steeds verfijnder en veiliger." foto Bert Beelen
Wekenlang last van nawerkingen na een narcose is verleden tijd. De middelen die gebruikt worden bij moderne anesthesie en de methoden om de conditie van de patïënt te volgen, zijn erg verfijnd. Ook wijkt volledige narcose steeds meer voor plaatselijke anesthesie.
Zie ook:
Ik sta aan de vooravond van een kleine chirurgische ingreep. Fluitje van een
cent, maar in overleg met de anesthesioloog besluit ik geheel onder zeil te
gaan. Vanwege de weinig benijdenswaardige houding en de gedachte aan
'kijkvolk' tijdens de operatie. Op de ochtend van de operatie wordt 'mijn
pijnspiegel op peil gebracht' met paracetamol. Comfortabel ingepakt in
verwarmde moltondekens rol ik rond het middaguur de operatiekamer in. De
anesthesiemedewerkers geven me de keus in welke hand het infuusnaaldje gaat
dat het anestheticum direct in mijn bloedbaan brengt. Ook plaatsen ze een
knijpertje op mijn vinger. Dan gaat mijn lichtje uit, om net zo plotseling,
en voor mijn gevoel enkele minuten later, aangeknipt te worden. De operatie
is achter de rug en ik 'mag de pijn een cijfer geven' in de uitslaapkamer.
Vier zeg ik, op een schaal van nul tot tien. Meer morfine is overbodig.
Even later rijd ik terug naar de afdeling kort verblijf. Klaarwakker en fit.
De gevreesde misselijkheid die ik overhield na eerdere operaties blijft uit
en ondanks de voorspelde napijn verzaak ik de rest van de dag mijn
paracetamolletjes. Van de naweeën van de narcose waarvan ik volgens sommigen
in mijn omgeving langduriger te lijden (weken!) zou hebben dan van de
ingreep zelf, merk ik niks.
Mijn voorspoedig herstel is niet het
exclusieve gevolg van een sterke constitutie, maar voor een groot deel te
danken aan de reuzenstappen die zijn gedaan op het terrein van de
anesthesie. "Hebben mensen na een operatie nog last van vermoeidheid of
concentratiestoornis, dan is dat niet door de anesthesie, maar met name door
de verwonding", zegt de Nijmeegse hoogleraar anesthesiologie Gert Jan
Scheffer.
Anesthesie: voor veel mensen is de gedachte eraan
angstaanjagender dan de ingreep zelf. Een vrees die vooral terug te voeren
is op de ouderwetse ether- en chloroformnarcose of de verdoving met
barbituraten. Scheffer: "Ook de angst voor controleverlies speelt een
grote rol; die wordt als griezelig ervaren." De kans 'erin te blijven',
is volgens Scheffer minimaal. Een persoon die onder het mes gaat, loopt
volgens de hoogleraar tegenwoordig net zo weinig risico te overlijden aan de
directe gevolgen van anesthesie als aan die van een nucleaire ramp of een
vliegtuigongeluk.
De eerste anesthesiedode viel in 1848, tijdens
een kleine ingreep aan haar teen. Ze stierf niet aan de anesthesie zelf,
maar aan de hoge concentratie stresshormoon in haar bloed in combinatie met
chloroform.
In 1954 was het aantal anesthesiegerelateerde doden 1
op 1.560 anesthesieën per jaar, tegenwoordig overlijdt jaarlijks één op de
250.000 tot zelfs 350.000 relatief gezonde mensen eraan.
"
Ondanks de lage sterfte werken we er hard aan om de veiligheid van de
patiënt verder te vergroten. Daarbij gaat de aandacht vooral uit naar minder
ingrijpende middelen en technieken", aldus Gert Jan Scheffer.
De oude middelen zorgden voor een knock out door toediening van één middel,
dat door z'n giftigheid bijna net zo gevaarlijk was als de operatie. Bij
moderne anesthesie, legt Scheffer uit, zijn die paardenmiddelen geweken voor
een cocktail van middelen, waarvan ook de toediening is verfijnd:
pijnstillers, spierverslappers (om de chirurg in alle rust zijn werk te
laten doen en kunstmatige beademing mogelijk te maken) en slaapmiddelen
(voor bewustzijnsverlies).
Soms is de patiënt tijdens de operatie
zelfs tijdelijk aanspreekbaar, om te controleren of sommige lichaamsdelen en
organen 'het nog doen'. Daarvan herinnert betrokkene zich na afloop weinig
tot niets. De drietrapsraket van middelen maakt het mogelijk van elk
afzonderlijk middel de dosis af te stemmen op de mate van pijn, de conditie
van de patiënt en de duur van de ingreep.
In de jaren
negentig zijn van een aantal van deze stoffen bovendien korter werkende
versies op de markt gekomen. De laatste grote wereldwijde innovatie in de
anesthesie is het door Schering Plough in Oss (voorheen Organon) ontwikkelde
Bridion, waarvoor ook in het UMC Radboud klinische studies zijn gedaan en
dat sinds kort wordt toegepast in veel ziekenhuizen. Bridion heft à la
minute de werking van spierverslappers op, zodat patiënten zich weer kunnen
bewegen. Andere opheffingsmiddelen werken langzamer en geven soms
bijwerkingen als ademhalingsklachten en misselijkheid.
De 'man met
de hamer' is werkloos door toedoen van goed opgeleide anesthesiologen en
anesthesiemedewerkers. Die bedienen zich niet alleen van de medicijnkast,
maar hun werk bestaat voor een groot deel uit het in de gaten houden van de
vitale functies van de patiënt.
Waar ze vroeger moesten
afgaan op polsslag, pupilgrootte en de kleur van de lippen beschikken ze nu
over een geavanceerd instrumentarium. Scheffer: "We streven er naar ook
het monitoren minder ingrijpend te maken, dus zoveel mogelijk zonder
naalden. Een van de mooiste ontwikkelingen is de pulse oximeter, het
pijnloze knijpertje op de vinger, dat direct de zuurstofconcentratie in het
bloed meet."
Volgens Scheffer wijkt onder zeil gaan steeds
vaker voor regionale anesthesie, zoals de ruggenprik of de perifere
zenuwblokkade. "Daarbij worden delen van het lichaam, zoals een hand,
een been of het hele onderlichaam, tijdelijk gevoelloos gemaakt door zenuwen
te blokkeren. Ook op dit terrein is grote vooruitgang geboekt, vooral
dankzij echografie. Vroeger moesten echo-apparaten op een kar worden
binnengereden, nu beschikt de anesthesioloog over een kastje ter grootte van
een laptop. Het stelt hem in staat precies de zenuw op te zoeken die we
willen verdoven en meer niet. We moesten in het verleden afgaan op de
anatomische structuren, erop vertrouwend dat dit bij 90 procent van het
lichaam hetzelfde is. Nu spuiten we selectief vloeistof in, precies op de
plek waar het moet."
De heilige graal van de anesthesie is
volgens Scheffer een apparaat dat de diepte van het bewustzijn meet: hoe
vast slaapt de patiënt? Het is er al, maar nog niet in alle gevallen
betrouwbaar.
Daarmee wordt een ander thema aangesneden, dat in de
verbeelding van sommigen gelijk staat aan horror. Awareness, onbedoeld
wakker zijn of worden tijdens de operatie, maar dat niet kunnen aangeven
door de spierverslappers. Een reële angst, aldus Scheffer, maar de kans zo'n
nachtmerrie te moeten doorstaan, is bijzonder klein. Volgens beweringen van
sommige anesthesiologen treft het jaarlijks 1.500 patiënten per jaar, een
paar promille van de ongeveer 780.000 operaties die worden uitgevoerd onder
volledige narcose.
De mogelijkheden van het apparaat (BIS-monitor)
dat hersengolven meet, wordt onderzocht, in het UMC Radboud door Schef- fers
collega Jo Mourisse. De hoop van anesthesiologen is dat in de nabije
toekomst patiënten niet alleen de nachtmerrie van awareness wordt bespaard,
maar ook dat narcosemiddelen in nóg lagere doseringen kunnen worden
toegediend.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.














