AMSTERDAM - "Oprotten jullie!", riep Neil Young zondagavond naar fotografen, nadat hij zijn openingsnummer From Hank to Hendrix na een minuut of vier abrupt afbrak.
"De mensen hebben veel geld betaald voor een kaartje en jullie storen hen
met je klikkende camera's en je gepraat. En mij nog meer." De
boosdoeners bleken echter niet de fotografen, maar een paar dronken
bezoekers, die even later de zaal uit werden gezet.
Er was vooraf
veel gepraat over de toegangskaartjes. De prijzen waren exorbitant, van 115
euro voor een plekje op het balkon (inclusief bespreken) tot 175 euro
vooraan in de zaal. Maar dat kun je ook in perspectief zien. Duurdere
concerten zijn een trend, nu artiesten minder verdienen aan cd's. The
Eagles, begin april in Ahoy in Rotterdam (vanaf 149 euro), zijn niet veel
goedkoper dan Young in de RAI, terwijl de RAI een veel betere ambiance
biedt. Ook Anouk in Gelredome en Kane in de Kuip kosten minder.
Wat prijs-kwaliteitverhouding betreft zullen ze Young nauwelijks kunnen
overtreffen. Een buitencategorie entreeprijs, maar daarvoor krijg je ook een
buitencategorie concert. Hij begon solo. Zittend op een stoel, omringd door
een tiental gitaren, slaagde hij erin een mooi evenwicht te vinden tussen
het bespelen van de nostalgie bij de fans en het prikkelen met het
onbekende. Het op banjo gespeelde Mellow my mind van het album Tonight's the
night wordt opgedragen aan de Nederlandse journalist Constant Meijers, wiens
artikel over Young destijds, in 1975, bij de elpee werd gevoegd. Journey
through the past wordt uitgevoerd aan de honky-tonkpiano en A man needs a
maid aan de vleugel.
Afgezien van het al genoemde From Hank to
Hendrix, omvatte het door melancholie gedomineerde solodeel allemaal liedjes
uit de eerste helft van de jaren zeventig. Ook de drie songs die voor menige
bezoeker nieuw waren omdat ze op geen enkele plaat staan: Sad movies, No-one
one seems to know en Love/Art blues. De nummers waren ooit bestemd voor
albums die er destijds, in de jaren zeventig, nooit zijn gekomen: Chrome
dreams I en Homegrown.
En dat is ook de schakel naar het tweede,
elektrische concertdeel, waarin Young rockt met zijn oude maten Ben Keith op
gitaren en orgel, Rick Rosas op bas en Ralph Molina op drums. Nu staat het
meest recente album Chrome dreams II centraal, waarvan vier stukken worden
gespeeld. Aangevuld met nog meer pre-1975 rock. Alsof de periode 1976-2006
voor Neil Young niet bestaan heeft. In messcherpe solo's laat hij zich
kennen als meester van de gierende Gibsongitaar. Na onder meer nog zo'n
fraai obscuurtje uit de seventies, Bad fog of loneliness, en het prachtig
melodieuze, aan zijn overleden muziekvriend Danny Whitten opgedragen
Winterlong, stapelt hij in de finale solo op solo naar een climax in het
zeventien minuten achtereen doorjagende No hidden path. In No-one seems to
know had hij eerder op de avond al gezongen: 'Time is better spent searching
than finding.' Bij Young lijkt iedere gitaarpartij weer een zoektocht naar
die ene noot die alle andere noten overbodig maakt.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











