ARNHEM - De Aanzegging is de tweede dichtbundel van Sjef Welling uit Arnhem. Welling is werkzaam bij Justitie, huisvader en autodidactisch schilder.
„Naarmate ik ouder word, is dichten steeds meer een tweede natuur voor me geworden“, zegt de man die niet snel tevreden is over zijn werk.
Schrijvers zien het zo ongeveer als de domste vraag die je kunt stellen:
waarom schrijf je? Maar Sjef Welling (Arnhem, 1958) is de beroerdste niet en
wil wel antwoord geven.
„Toen ik in 1980 begon, was het om, zoals
veel mensen dat in het begin doen, beelden en gevoelens van alledag te
verwoorden. Naarmate ik ouder word is dichten stees meer een tweede natuur
voor me geworden. Het dichten draagt voor mij vooral bij aan het begrijpen
van de tijdigheid, de gebeurtenissen in het leven.
„Ik ben een
romantische dichter in de strikte betekenis van het begrip Romantiek.“
Waar gaan je gedichten over?
„Ik schrijf over die thema’s die er in
een mensenleven echt toe doen: verlangen, liefde, dood, vergankelijkheid, de
vrouw, de ander. Wie mijn gedichten leest, leest ook meteen – tot op zekere
hoogte – over mij, als dichter. “
Hoe verhoudt de
poëzie zich tot je dagelijks leven?
„Ik ben staffunctionaris
bij de Dienst Justiële Inrichtingen en heb een praktijk als zelfstandig
adviseur.
„Werk en de zorg voor mijn twee kinderen nemen een groot
deel van mijn tijd in beslag. Ik werk om te kunnen schrijven en schilderen.
„Dat betekent dat mijn vrije tijd een voortdurend zoeken is naar vrije ruimte
en eigen gedachten. De late uren breng ik aan mijn werktafel door.“
Je schildert dus ook.
„Ik ben autodidact. Ik doe maar wat en kan soms
genieten van wat er de volgende dag aan de muur hangt. Lukt het een niet,
dan lukt het andere wel, dat is mijn instelling. Sommige doeken kennen veel
lagen verf van eerdere probeersels want ik ben niet gauw tevreden. Net als
bij dichten is het ook bij het schilderen vooral een zoeken naar sfeer en
markant beeld.“
Je deed elf jaar over deze bundel.
„Zoals gezegd: ik ben niet snel tevreden. Ik laat een gegeven of een paar
beginwoorden bewust lang liggen. Omdat het moment van ‘aanraken’ met de pen
het gedicht onwillekeurig een richting in kan duwen die dan nog niet de
mijne is. Ik weet niet hoe het precies werkt, maar plotseling is het moment,
de ‘koorts’, er om het te gaan maken.“
Wat wil je
bereiken?
„Ik koester geen ambities, wel verwachtingen. Ik heb
bijvoorbeeld een aanbod voor een expositie in 2007. En af en toe wat te
mogen voorlezen, vind ik een prettig vooruitzicht.
„Ik ben heel
tevreden met de gedichten die tot nu toe van mij zijn verschenen, onder meer
in Hollands Maandblad. Maar het gaat vooral om het maken zelf: proberen,
schrappen, schaven. Tevreden de dag er na naar droge inkt en drogende verf
kunnen kijken.“
Was het moeilijk om je gedichten uitgegeven
te krijgen?
„Publiceren in Hollands Maandblad is geen garantie voor
open armen van redacties en uitgeverijen. Het is een gokkast.
„Soms valt een manuscript op het juiste moment bij de juiste redacteur
binnen. Poëzie kent natuurlijk een kleiner publiek dan proza. Uitgeverij
Kontrast uit Oosterbeek zag direct wat in De Aanzegging.
„En ik
moet zeggen: het is prachtig uitgegeven.“
Sjef Welling,
De Aanzegging. Uitgeverij Kontrast, 48 blz. 12,50.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















