Advocaat Valentijn Wösten.
Volledig scherm
Advocaat Valentijn Wösten. © Raphael Drent

Buren van veehouders klagen staat aan om stankregels

In Nederland word je onvoldoende beschermd tegen de stank van de veehouderij, vindt advocaat Valentijn Wösten. Namens omwonenden van veehouderijen klaagt hij de staat aan. ,,Deze mensen stinken hun huis uit.’’

De Haagse jurist doet dat namens zo’n twintig mensen in het hele land. ,,En het gaat echt niet om zeurkousen.’’ Hij schat dat duizenden tot tienduizenden mensen in Nederland belang hebben bij de zaak. Verschillende mensen, onder meer uit Hengelo en Holthees, overwegen zich aan te sluiten.

Q-koorts

Quote

De normen deugen niet, die zijn volstrekt onredelijk.

Valentijn Wösten

Er komt nog een landelijke informatiebijeenkomst in Utrecht of Den Bosch. Geert Verstegen uit Sint Hubert van Burgerplatform Minder Beesten is ook betrokken bij de zaak. Die vergelijkt hij met de rechtszaak van Q-koortspatiënten tegen de staat. Veehouderijen in Nederland mogen tot op zekere hoogte stank veroorzaken. Maar de normen deugen niet, zegt Wösten. ,,Die zijn volstrekt onredelijk."

Kokhalzen

In Europa wordt geurbelasting gemeten in zogeheten odour units per kubieke meter lucht. Dat gaat aan de hand van berekeningen en soms een panel 'proefneuzen' dat geurmonsters test. Een Nederlandse veehouderij mag maximaal acht odour units uitstoten, in concentratiegebieden met veel veehouderijen (grofweg het zuiden en het oosten) is dat veertien. Een gemeente heeft de vrijheid tot 35 odour units te gaan. ,,Dan loop je kokhalzend door je huis’’, zegt Wösten.

Wösten wil dat de landelijke norm teruggeschroefd wordt naar vijf, de norm die de GGD adviseert voor de bebouwde kom. In agrarisch gebied tien odour units is nog acceptabel, is in ieder geval het standpunt van GGD GHOR Nederland.

Niet acceptabel

,,De norm ligt nu een stuk hoger dan wat wij acceptabel vinden’’, zegt arts Rik van de Weerdt, gezondheidskundig adviseur gevaarlijke stoffen van de GGD’en in Gelderland en Overijssel. ,,Het lijkt me niet slecht als een rechter daar een uitspraak over doet.’’

Ondertussen denkt het ministerie van Infrastructuur en Milieu nog na over de geurregelgeving, laat een woordvoerder weten. Er ligt een advies van een bestuurlijke werkgroep. Dat wordt bestudeerd. 'De volgende stap is dat er binnen een paar maanden een kabinetsreactie komt op deze adviezen, wat zou kunnen leiden tot aanpassing van de geurregelgeving.'

Wösten gaat door, laat hij weten: ,,de aanpassingen gaan zeker onvoldoende zijn.’’