Volledig scherm
Hans Siroo in zijn woning in Overloon. © Theo Peeters

Noodkreet uit zorgcentrum Overloon: ik voel me net een nummer

OVERLOON - Zie het als ‘een noodkreet’. Een boze mail richting krant, waarin de gehandicapte Hans Siroo, 54 jaar uit Overloon, in enkele zinnen zijn hart lucht. Over de teruglopende kwaliteit van de zorg in dit land. Hij praat uit ervaring.


Een noodkreet, geschreven om 04.31 uur nog wel! Op een tijdstip dat de gemiddelde mens slaapt. Geschreven in een tijd van landelijk ophef veroorzakende verpleeghuislijsten, maar ook van een nieuwe ingrijpende reorganisatie à 10 miljoen euro bij Pantein, de Boxmeerse zorgstichting waarvandaan de Overloner zorg krijgt.

Noodgedwongen
„Waarom ’s nachts? Omdat ik toen toch niks anders te doen had. Ik heb een dwarslaesie, ben vanaf borsthoogte verlamd. Ik kan nergens heen, heb tijd zat. Ik zit of in een rolstoel of ik lig op bed”, zegt Siroo. Die bewuste nacht van zijn noodkreet zat hij ‘noodgedwongen’ urenlang in zijn rolstoel. „Ik zat wat te kaarten op internet en surfde wat rond op het net. Van het een kwam het ander. Ik vind dat de grens bereikt is met telkens nieuwe bezuinigingen. Ja, het zit me hoog, vandaar de mail.”

Verandering in de zorg
Siroo woont alweer jaren op een steenworp van Panteinzorgcentrum Huize Loôn in een aangepaste woning. Daarvandaan krijgt hij dagelijks vier keer zorg aan huis. „Maar zag ik de eerste jaren alleen maar verpleegkundigen aan mijn bed, de laatste jaren zie ik steeds meer verzorgenden en helpenden in huis komen. Terwijl ik, nadat ik twee jaar geleden een hersenbloeding kreeg, juist meer zorg en ondersteuning nodig heb. Zelf naar bed kan ik echt niet. Maar ja, een helpende sturen kost natuurlijk minder. Tien jaar terug voelde het nog meer als ‘klant is koning’. Nu voel ik me, nee ben ik, niet meer dan een nummer.”

Dupe
Siroo heeft het steeds moeilijker met de veranderende zorg. „Maar al die verpleegkundigen moeten ook maar met steeds minder mensen hetzelfde werk en meer doen. Dat hoor ik wel van ze zelf, als ze bij mij thuis weer eens vertellen wat ze allemaal extra moeten doen en dat ze weer eens acht dagen achter elkaar gewerkt hebben, zeker in vakantietijd als nu en als er veel zieken zijn. Maar daar hoeven wij, vaak ook oudere mensen die op hulp zijn aangewezen, toch niet de dupe van te worden.”

Maasland