Volledig scherm

Zeldzaam stil in sportcentrum Papendal

ARNHEM - Terwijl Nederlandse topsporters in Rio beginnen aan hun goudjacht, kun je op sportcentrum Papendal een speld horen vallen. 

Het fietsenrek van het sportcentrum puilt uit met oranje tweewielers, normaal hét vervoersmiddel voor honderden topsporters. Een groot aantal van hen bevindt zich bijna 10.000 kilometer verderop, in Rio de Janeiro, voor de Olympische Spelen. Dáár ligt het goud te wachten.

Aftellen
Directeur van sportcentrum Papendal Jochem Schellens telt af naar het begin van de Spelen. „Zelf vertrek ik dinsdag naar Rio. Hier kan ik niet meer zo veel doen. We kunnen alleen wat accommodaties voor de periode na de Spelen op orde brengen." Schellens is volgende week in het Olympisch dorp kwartiermaker. „Iedere dag moet voor de sporters geruisloos verlopen. Daar hebben wij als sportcentrum ervaring mee."

Stilste week
Hij opent de deur van de reusachtige volleybalhal, sinds enkele jaren in gebruik. „Zo stil als nu is het bijna nooit. Normaal vliegen de ballen je hier om de oren." En dat geldt voor het hele topsportcentrum. Het is de stilste week van het jaar, misschien wel van de laatste vier jaar. Enkele lunchende medewerkers, veel meer volk is er niet. „Dat de sporters hier niét zijn, maakt dit tot een bijzondere situatie."

Medaillefabriek
In Rio zal Schellens snel een aantal Arnhemse sporters tegen het lijf lopen. Van de 241 Nederlandse sporters die tijdens de Olympische Spelen aan de start staan, trainden er zo'n tien vrijwel iedere dag in en bij de Arnhemse 'medaillefabriek'. „Een prachtig aantal," aldus de trotse directeur. „Ik juich straks zeker voor iedere sporter, maar de zwemmers ken ik toch wat minder goed dan bijvoorbeeld de volleybalsters en de hockeyers."