Volledig scherm
Een konijn. © Dierenambulance Nijmegen

De Veenendaalse liefde voor het kleine dier

Een dierentuin heeft Veenendaal niet. Daar is ook helemaal geen plek voor binnen de volgebouwde gemeentegrenzen. Er is bovendien die dierentuin in de achtertuin van Veenendaal.

Of Rhenen, zoals het kadastraal bekend staat. Thuis waren we vroeger niet zo van de dieren. Kwam door mijn moeder. Wanneer de parkiet voor de tweede keer binnen vier dagen ontsnapte, zette zij gewoon de deur open. Alles op vier poten kwam sowieso het huis niet in.

Vissen
Vissen waren niet bedreigend. Het aquarium in het ouderlijk huis was een aanvullende beeldbuis in een tijd van twee televisiezenders. Elke zaterdagochtend op de fiets naar de speciaalzaak om een plastic zakje watervlooien te halen. Traktatie voor de geschubde vrienden.

Dierensentiment
Ik moest daar aan denken toen ik onlangs Hans van Manen geanimeerd hoorde vertellen over ‘zijn’ goudvissen in de Veenendaalse Brouwersgracht. Die hij liefdevol verzorgt en voert. In diezelfde week was ik ook in dierenkampje Dragonder. Ooit een vast uitje voor vader en zoon toen ik hem nog niet recht in de ogen kon kijken. Letterlijk dan. Ook daar die liefde voor het beestenspul die me altijd ontroert, ook al mis ik zelf het dierensentiment.

Dwergkonijn
Hoewel... Elf jaar lang huppelde er een dwergkonijn door de tuin van mijn zoon. Donderdag zag ik een reïncarnatie van dat beestje in de Veenendaalhal. Konijnen kijken op de kleindierbeurs. Vertederend, bijna mee naar huis genomen.

Tijgermug
Kleindierbeurs, een prachtige naam. Heel Veenendaals. Dieren vind je overal in het Veen, maar klein en bescheiden. De dikke panda is meer iets voor Rhenen. In mijn wijk houden we het op de tijgermug.\