Bus 86 naar Wageningen
- Foto's
- 1
Het was bus 86 die me voor het eerst kennis deed maken met Wageningen. Vanaf Ede, waar ik journalist probeerde te worden en dus een kamer had, reisde ik voor het eerst met die bus naar Renkum, om daar een huisje te gaan bekijken.
Twee jaar huurden mijn vrouw en ik daar een klein appartementje, voordat we in 2008 ons appartement in de wijk Nude in Wageningen kochten. En in de eerste paar jaren reed ik - nog zonder rijbewijs- overal naar toe op de fiets of via bus 86 en later bus 88.
En, ik houd helemaal niet van rijden in de bus. Ik word er misselijk van. Letterlijk. Een boek lezen gaat helemaal niet. Dan moet ik meteen overgeven. En dus moest ik wel naar buiten kijken. Naar de mensen, het landschap, de straten. Er was veel te zien. Met de bus vanuit Renkum, over de berg, waar ik het verloederde stadion voor het eerst zag. En vanuit Ede, langs alle auto's die stil stonden op de Dreeslaan.
Maar wat ik het eerste echt 'zag' was het bord met de woorden 'wij houden (van) onze asielzoekerskinderen'. Vlak voor de hockeyvelden. Voor een paar slooppanden stond het als een standbeeld van Wageningse solidariteit. Het was een van het weinige moois langs de busroutes. Want nee, de route toont en toonde niet Wagenings mooiste kanten. Afbraakpanden langs de Haagsteeg, de saaie Nijenoord Allee tot aan het terrein van Kirpestein en het afschuwelijke busstation. Sfeerloos en saai leek Wageningen me. Ik huiverde van de vijf betonnen sterflats en de kil lijkende campus.
Gelukkig duurde het niet lang voordat ik, vooral fietsend, de mooie kanten van Wageningen ontdekte. De uiterwaarden, het Arboretum, het Binnenveld en het levendige centrum met al die studenten. Ik ontdekte Wageningen vanuit de warmte van de kroegen en tal van mooie uitzichten in en op de natuur.
Vanuit het platte Groningen is Wageningen, al na vier jaar, steeds meer een thuis geworden. Ik merk het in de rivaliteit met buurstad Ede en in de liefde voor de natuur rond Wageningen. En ik ontdekte wat er schuilging achter het bord langs de weg: die Wageningse solidariteit. Het vermogen bij veel Wageningers om verder dan de eigen voordeur te kijken.
Wageningen staat bol van activiteiten voor en met de ander. Zo hadden we ons nog maar net ingeschreven bij een kerk in Wageningen of de boomlange diaken van de kerk stond al voor onze deur om ons te verwelkomen. Zonder zich goed voor te stellen overigens, zodat we pas na tien minuten pas wisten waar we het bezoek van de man, die inmiddels op de bank aan de koffie zat, aan te danken hadden.
Wat mij betreft komt dat bord daarom terug, als standbeeld. Om te laten zien hoe Wageningen is. Want wij houden van onze asielzoekerskinderen. En van alle andere Wageningers. Hoe lang of kort ze ook in de stad wonen.
Albert Heller