‘Pa, voor jou nog steeds nummertje 16?’ De vraag is een klassieker en maakt sinds mensenheugenis deel uit van een oerhollands zondagavondritueel. Vader zit met het bord op schoot startklaar voor Studio Sport, een van de kinderen wordt eropuit gestuurd naar de afhaalchinees. Daar hebben alle gerechten een nummer en gemakshalve zijn die thuis een begrip geworden.
Fong Chen – Modern Asian Cuisine staat er op de kaart – in Oosterbeek is nog steeds de lokale afhaalchinees waar het bestellen aan de hand van nummers de normaalste zaak is. In het restaurantgedeelte heeft daarentegen een frisse, innovatieve wind gewaaid. Althans, wat het eten betreft. Hier zwaait de 22-jarige zoon des huizes, Jin Hu, de scepter, samen met een culinair tovenaar in de persoon van chef-kok Shi Guang Hu. Toch ziet Fong Chen er uit zoals elke dorpschinees. Voor de ingewijde: een opwindende tweeslachtigheid die je soms aantreft in mediterrane oorden: hoe onooglijker de vorm, hoe verrukkelijker de inhoud.
Het interieur – met rose linnen gedekte tafeltjes en het obligate aquarium –
verraadt dus niets over de culinaire geheimen die hier te ontdekken zijn.
Dat doet het menu wel. „Geen doorsnee!”, reageert de horecadeskundige
verrast. „Dit soort niet-traditionele Aziatische gerechten ken ik alleen van
restaurants uit de Randstad.” Hij doelt op de chips van pastinaak en
allerhande sushi-achtige gerechtjes.
Aan tafel krijgen we een uitvoerige mondelinge toelichting op het menu en de imposante wijnkaart met een keur aan open flessen. We besluiten het advies te volgen en kiezen het viergangenmenu – de een met vlees en vis (€ 41), de ander vegetarisch (€ 35) – het laatste bestaande uit een reeks kleinere gerechten die niet op de kaart staan maar die mondeling worden opgesomd. Daar lusten wij één Bob-wijnarrangement bij ( € 18,20) dat uit vier glazen bestaat en dat we met een stel extra glazen samen gaan delen vanwege de auto.
Maar eerst een gewoon wit wijntje (€ 4,50) en een biertje (€ 2). Mijn gezelschap ziet direct dat de zaak een vrouw ontbeert. „Vlekken op de menukaart en de peper- en zoutvaatjes zijn niet erg schoon. Ik zie alleen maar mannen in de bediening.” Een meneer die juist zijn maaltijd heeft afgerond, komt naar onze tafel voor een gezellig babbeltje.
„Heerlijk eten hier”, zegt hij met glimmende ogen, „zoiets vind je helemaal nergens. Ik kom hier vaak”. We zien hem buiten z’n fiets pakken en er twee volle tassen aan hangen. Kennelijk gaat ie thuis nog even door met smullen. We beginnen met twee amuses, toevalligerwijs beide vegetarisch.
Een kleefrijstballetje met korst van sesamzaad en zoete gepureerde bonen. Super, vinden we eensgezind. Ook de zeerwiersalade met taugé, glasnoedels en zoetzure vinaigrette is buitengewoon smakelijk. Na zo’n bruisende start zijn we benieuwd wat er gaat volgen. Wederom komt Jin Hu tekst en uitleg geven en die begint steeds meer te lijken op een wetenschappelijk college. We zijn blij dat we straks niet worden overhoord want het begint ons wat te duizelen. „Uitleggen wat we geserveerd krijgen, is prima”, zegt de deskundige, „maar dit is een tikkeltje over de top. Als gastheer moet je oog hebben voor de psychologie van de klant. Wie zit er te wachten op zo’n omslachtige uitleg en bij wie mag het wat minder. Daar zou hij wat alerter op moeten zijn”.
De vier gangen zijn geen van alle erg groot maar ook weer niet klein. De eerste twee wat kleinere bombarderen we gemakshalve tot voorgerecht, het derde tot hoofdschotel. De niet-vegetariër krijgt eerst twee bereidingen van gamba. Als tartaar met asperge en tomatensorbet en in tempura met gedroogd fruit. Hij zit verrukt en met volle mond glunderend te knikken. Mijn reactie op de salade van krokante tahoe (de laatste jaren ineens tofu genoemd) met vers fruit en cashewnoten is dito.
Mmm! Daar smaakt de Luxemburgse riesling Paradais – ‘rijk, mineralig, rijp wit fruit met een klein zoetje’, doceert Jin Hu – prima bij. Mijn volgende gang is een tartaar van groenten met zwarte bonen en een loempiaatje van bamboe. De ander krijgt kabeljauw, gestoomd in eigen vocht met saus van rijstwijn en roerbaksnijbonen. Heerlijk, heerlijk, heerlijk.
Dan de vegetarische hoofdschotel: roerbak van groenten, tahoe en oosterse champignonmix in een schaaltje van aardappelkrokant. Schitterend om te zien en uit de kunst qua smaak ondanks het minpuntje – voor de tweede keer komt er tahoe langs plus zwarte bonen. De vleeseter noteert een soortgelijk minnetje bij zijn biologische eendenborst met venkel, steranijs, kaneel en kruidnagel.
„Haricots verts, terwijl ik net al snijbonen heb gehad. Maar de eend smaakt voortreffelijk.” We drinken er een drupje Siciliaanse Lamuri bij, een smakelijke volle rode wijn die we eerst ook weer uitvoerig krijgen toegelicht. We sluiten allebei af met hetzelfde dessert: kokosgember, crème brûlée, huisgedraaid (?) vanille-ijs en een bodempje muskaatwijn.
We worden lyrisch. „Een perfecte crème brûlée”, oordeelt de culinair
deskundige die ik ken als iemand die niet scheutig is met complimentjes.
Dromerig neemt hij een poëtisch voorschotje op onze recensie over Fong Chen,
een restaurant dat wat hem betreft in de schaduw kan staan van allerlei
klinkende namen in het westen des lands. „De nachtegaal zingt in de
verkeerde kooi”, oppert hij als kop boven dit verhaal. Oftewel: een
prachtige ontdekking op een Oosterbeekse straathoek die om een ander jasje
schreeuwt. Van mij hoeft dat laatste niet, maar ik besluit hem z’n zin te
geven.
Prijs complete maaltijd voor twee personen, incl. drank: € 100,70.
Fong Chen, Molenweg 1, 6862 HM Oosterbeek. Tel: 026-3332039.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.









Sorteer reacties











