Het is een hele vooruitgang, maar zonder vergrootglas op zak in de supermarkt, ben je nog in de aap gelogeerd. Verse eieren te koop sinds begin van dit jaar, maar dat stond al in de krant. Nog niet de resultaten van een blindproeverij. Een smakelijk ontbijtei kan alleen als het echt vers is.
Een bol spiegelei bakken van een oud ei lukt niet eens. Wie kippen heeft of een buurman met kippen die uitdeelt, is verse gewend. Eieren uit de winkel kunnen hem niet bekoren, altijd oud.
Ik kocht nieuwe verse eieren van groothandelaar Kwetters. Schuurscharreleieren en eieren van kippen met vrije uitloop. Op de dozen de legdatum, ze waren van eergisteren. In klein gezelschap liet ik ze proeven, samen met eieren van eigen erf. Iedereen enthousiast en overtuigd: dit zijn verse eieren, dit is feest. En toch ook even slikken voor culinaire romantici; we proefden geen verschil tussen schuurscharreleieren, vrije uitlopers en de eieren van mijn kippen die wonen in een paradijs op aarde. Alle eieren even lekker! Heer Kwetters wordt bij deze bedankt dat hij eindelijk verse eieren onder de mensen in de stad weet te brengen (zij het nog lang niet overal).
Maar dan nu weer zeuren en klieren. Kwetters kan zoals gebruikelijk in de handel, het liegen niet laten. Waarom verknoeit u, grooteierhandelaar, uw nieuwe initiatief met neppige teksten op de doos? En waarom, om te beginnen, zet u de legdatum, het enige waaraan wij consumenten in de winkel kunnen zien hoe jong, dus hoe vers het ei is, in zulke kleine lettertjes op het etiket dat ik er een vergrootglas bij nodig heb? Nota bene, u laat zien dat u ook grotere letters in huis heeft, want op hetzelfde etiket waarop de legdatum staat, drukt u chocoladelettergroot de uiterste houdbaarheidsdatum.
Er staan drie data op de doos. De legdag, de uiterste dag waarop het ei volgens de warenwet nog ’extra vers’ genoemd mag worden, tot negen dagen na de leg (dan is het echt niet vers meer!) en de vet gedrukte datum waarop het ei alleen nog geschikt is voor een protestdemonstratie. Deze eieren zijn duurder dan oude scharrels op het winkelschap. Geeft niks, Kwetters heeft er hard voor moeten rijden om ze vers in de winkel te krijgen. Maar als ze een week op het schap liggen zijn ze alleen nog maar duurder, niet verser. Daarom is het vergrootglas onontbeerlijk.
Op de doos staat dat er ’Boereneieren’ in zitten en ze zijn ook nog eens ’direct van de boer’. Dat is niet waar. De eierhandelaar haalt ze op bij pluimveehouders, doet ze in doosjes en brengt ze plankgas naar het distributiecentrum van de kruidenierderij. Alle eieren in de supermarkt, ook deze kakelverse, komen van moderne pluimveehouders waar kippen op een lopende band hun eieren leggen. Ook scharrelkippen zijn lopende bandleggers. Pluimveehouders zijn boeren, dus alle eieren zijn boereneieren. Waarom dan dat onderscheid? Om ons op het romantische verkeerde been te zetten. We moeten dromen van een boerenerf uit de tijd van Ot en Sien. Nep.
Deze zogenoemde boereneieren zitten niet in een gewone papierpulpdoos waar er tien in kunnen, maar in een vierkante doos met negen. Volgens Kwetters, die ik er naar vroeg, is dat omdat wij consumenten een vierkante verpakking ’herkennen’ als boerenverpakking. Een rechthoekige doos met 10 eieren komt uit de legfabriek, een vierkante doos met 9 eieren komt typisch van de boer met kippen op zijn erf. Voor zo achterlijk houdt de eierdozenschuiver de burgers.
Maar geweldig, zo lekker vers. Ik hoop vurig dat andere eierboeren nu ook kakelverse eieren naar de winkels gaan brengen. Niet in liegdozen. Wel met een loei van een legdatum er op. Goudeerlijk.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.




















