Solingen is beroemd om zijn messen. Maar op veel meer messen dan die uit Duitsland, staat dat ze uit Solingen komen. China verzon een eigen Solingen om te profiteren van de bekendheid van de naam. En fabrikanten van bekende merken die in Solingen begonnen laten overal in de wereld waar het goedkoper kan hun messen maken.
Niet allemaal. Er zijn er gebleven. Robert Herder bijvoorbeeld. Hij is er
zelf niet meer, maar een achterachterkleinkind, of hoe noemt men een nazaat
van de vijfde generatie na opa, leidt nu de kleine fabriek. Een vrouw.
Giselheid Herder heeft meer verstand van metaallegeringen dan alle mannen
van Solingen bij elkaar. En alle verstand van het vak waar Solingen zo
beroemd om werd.
Toen het buskruid nog niet was uitgevonden ging men elkaar te lijf met
zwaarden. Op veel plekken in de wereld werden zwaarden gemaakt. Maar de
zwaarden uit de omgeving van Solingen wonnen. Ze waren scherper. Zwaarden
maken kon iedereen, voor goed slijpen moest je in Solingen zijn.
Bijna was het gedaan geweest met het oude ambacht. De meeste fabrikanten
laten het slijpen van messen aan een volautomatische machine over die het
niet zo goed kan als een vakman. Giselheid Herder leidt in haar fabriek weer
handwerklieden op tot meesterslijpers; Duitsland is gered. Er worden in de
fabriek van Herder keukenmessen gemaakt die het op de snijplank kunnen
opnemen tegen de scherpste Japanse keukenmessen. En een zo’n mesje, een
groente- en aardappelschilmesje, laat al sinds mensenheugenis alle andere
kleine keukenmesjes achter zich. Het molenmesje. Zo genoemd in Nederland en
Belgie, omdat er een windmolentje op het lemmet staat. Het mesje kan roesten
als het niet goed wordt verzorgd, maar het lijkt eeuwig vlijmscherp te
blijven. Ik schreef er eerder over en kreeg veel reacties. Verhalen van
lezers die zo’n mesje erfden van hun grootouders. Nog altijd goed, nog
altijd scherp. En reacties van lezers die dringend vroegen om een
verkoopadres. Ze hadden heimwee naar het molenmesje maar dachten dat het
niet meer werd gemaakt.
Dat worden ze wel degelijk. Kijk op www.windmuehlenmesser.de; er zijn meer
messen met een molentje. En er is nieuws dat nog niet eens op de website
staat. Tegen het designgeweld in van roestvrijstalen koksmessen waar je
eerder de show in de keuken mee steelt dan dat ze hout snijden, heeft Frau
Herder een nieuw keukenmes ontworpen. Niet groot, doelbewust wat kleiner.
Vrouwen zullen het waarderen. Ik weet van buurvrouwen in de straat die
huiveren van de grote keukenmessen van heur hobbykokende mannen. Ze
verstoppen het mes als ze alleen thuis zijn. Het nieuwe kleinere keukenmes
heeft een vlijmscherp lemmet dat maar net iets langer is dan 10 centimeter.
Messenontwerpers maken nog al eens de fout door aan een nieuwe mesje een
poppenhuismaat handvatje te designen. Maar niet de lengte van het lemmet
moet de grootte bepalen van het handvat, maar de hand van de gebruiker. Een
klein handvat heeft - ook in een kleine vrouwenhand - weinig grip. Het
nieuwe molenmes met fors houten handvat is een droom van een keukenmes dat
bij goed gebruik twee generaties mee gaat of nog langer. Goed gebruik? Ja,
het vraagt zorg. Het kan roesten. De afwasmachine is de pest voor het mes.
Het moet droog worden bewaard en mag niet onverschillig in een volle
keukenla gesmeten worden. Maar besef je wat hebt; een uniek, met de hand
gemaakt mes dat meer dan 70 handelingen onderging voor het de fabriek
verliet, dan koester je het. Met een kunstwerk smijt men niet.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











