Als de wolf de wadden weet

Auteur: door Wouter Klootwijk |   woensdag 23 september 2009 | 06:39 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 14 oktober 2009 | 09:58

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Wilde dieren zijn ons lief en als ze niet uitkijken, worden ze doodgeknuffeld. 'Hou daar nou toch eens mee op', zei de professor tegen Lenie 't Hart en haar volgelingen in Pieterburen.

Hij zegt dat het verboden moet worden kneusjes van zeehonden te verzorgen en terug te zetten. Het is de pest voor de populatie, zegt de Wageningse hoogleraar zeezoogdieren, Peter Reijnders.

Een zeehondenpopulatie kan zich niet goed ontwikkelen als je de zielenpietjes het leven redt in een badhuis en ze later teruggeeft aan de natuur. Zestien van elke honderd zeehondenbabies belanden in de crèche. En van een soort die als uitheems wordt beschouwd, de grijze zeehond die de Waddenzee verovert, wordt liefst 45 procent van de jonkies opgevangen en vertroeteld. Puur natuur? De toeristische trekpleister te Pieterburen reageert op kritiek met publicaties van biologen die andere dingen beweren en gaat gewoon door.

Vissers langs de Noordzeekust, die werken met staande netten, de minst milieubezwaarlijke wijze van vissen, hebben meer last van zeehonden dan ooit. Het zijn slimme beesten en aartslui. Ze zwemmen soms achter de boten aan en niet stiekem, de visser ziet ze lachen. Door hem te volgen, weten ze waar hij straks zijn net uitzet. Kostelijke zeebaarzen zwemmen zich vast in de mazen van het staand want. De zeehond bijt het lijf van de kop af. De kop zit vast in het net en de zeehond vindt het niet de moeite waard het er uit te pulken. Liever eet hij een staart. Zo komt het dat staand- wantvissers netten vol koppen zonder staart ophalen en geen cent verdienen.

Maar we moeten sinds 1962 van de beesten houden. Voor die tijd werd er op gejaagd. Vissers, maar ook overheden, dachten dat zeehonden te veel vis voor de vissers weg aten, maar ze leverden ook traan en spek op en naar men zegt, is de lever erg lekker. Het wordt verteld in een prachtig boek over wat zich in een niet zo ver verleden afspeelde rond het kleine, bijna geheime haventje Noordpolderzijl boven in Groningen. Er staat een krantenknipsel in uit 1900. Blijkt dat langs de hele kust, van Groningen tot Zeeland, premies werden uitbetaald aan vissers en jagers die zeehonden aan wal brachten. De opvattingen zijn veranderd, zeehonden vallen nu onder natuurmonumentenzorg. En de populatie van verwende nesten langs de Nederlandse kust eet geen bot meer, zoals weleer, maar de meest exquise vissen uit het bestand, die eigenlijk voor mij bestemd waren.

Goed, dan eet ik maar een wild zwijn af en toe. Daar zijn er te veel van, zeggen mensen die er last van hebben. Dat maken wij wel uit, zeggen vrienden van het dier, die ook veel van de vossen houden. Ze hebben iets nieuws verzonnen. Niet de mensen moeten wilde zwijnen braden, we moeten ze bewaren voor de wolf. Hij komt uit Italië met zijn familie en trekt via Duitsland naar ons toe. Ooit woonden in Nederland wolven, dus horen ze hier, zeggen lui die over de natuur de leiding op zich genomen hebben. Ze hopen dat de wolven, die nu nog op 200 kilometer van onze oostgrens in Duitsland rondhangen, ons land weten te vinden om zich hier tegoed te doen aan reeën en zwijnen. Ik mag het niet, maar de wolven mogen mijn zwijnen wel opeten. Via Limburg zullen de wolven naar het noorden trekken en daar de zee zien, die twee keer per etmaal droogvalt. Dan is het gedaan met de zielige zeehonden. Denkt u niet, vrienden van de natuur?

Albert Flikkema en Siewert Meijer – Noordpolderzijl. Stichting voorheen De Eendracht-Usquert.


Zie ook: www.usquert.net/2009/noordpolderzijl

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels