Schepen voeren eeuwenlang nooit sneller dan de wind ze blies. Toen kwamen de motoren. Wie nu een schip bouwt, wil dat het boven alles snel is. Maar ik heb juist een langzaam schip nodig, voor vervoer van ecomosselen. Het zou de helft van de tijd ook kunnen zeilen, bij zuidwestenwind. Goede wind om vanaf Ierland onder Engeland door naar Nederland te varen.
Als Yerseke niet genoeg Zeeuwse mosselen heeft, laten de mosselmannen ze uit Ierland komen. Ze worden in Yerseke in een badkuip vol Oosterscheldewater omgedoopt tot Zeeuwse mosselen. Het gebeurt bijvoorbeeld in de loodsen van Krijn Verwijs op de dijk bij Yerseke en het gaat niet in het geniep, maar openlijk. Ik mocht het ook filmen, het was op tv. Er is een zaak over geweest. In Denemarken werden mosselen direct verpakt en op de markt gebracht als Zeeuwse. Dat mag niet, het zijn Deense, zei een rechter. Alleen buitenlanders die even in Oosterscheldewater hebben gelegen, mogen Zeeuwse heten. Krijn Verwijs verkoopt zijn mosselen ook gewoon als Ierse, maar de grootste klanten, de Belgen, willen per se Zeeuwse en laten zich de Ierse beter smaken als ze Zeeuwse worden genoemd. Ingewikkeld.
Maar wat moet dat met mijn langzame boot? Die bedacht ik toen ik in Ierland over de eco's hoorde. Ze hebben daar ecomosselen. Krijn Verwijs verkoopt ze ook. Het zijn dezelfde als andere mosselen. Het verschil zit hem niet in de mosselen, maar in de mosselman. Hij doet aan duurzaam, gebruikt groene stroom en rijdt op biodiesel. Zijn bedrijf stinkt niet en maakt geen lawaai. Het staat in de Ierse Quality Eco- Mussels Standard. Er zijn mosselen van de zeebodem en mosselen die aan touwen in zee hangen: hangcultuur. De touwen zitten vast aan drijvers. Als dat blauwe, plastic ballen zijn of rode, mogen de mossels die er onder hangen geen eco's worden genoemd. Dat mag alleen als de drijvers zo grijs zijn als een schip van de Marine.
Ierland heeft veel mosselen. En oesters. Maar de Ieren zelf moeten er niks van hebben. Alles gaat het land uit. Toen Yerseke door tekort aan mosselen de Belgen niet meer voldoende kon beleveren, werd zaken gedaan met de Ieren. Je merkt er niks van, maar je maaltje Zeeuwse mosselen in het eethuis kan heel goed uit Ierland afkomstig zijn en is per vrachtwagen naar hier gekomen. Een slopende reis voor de beesten, door Ierland, met een veerboot naar Engeland, door Engeland, met de trein door de Kanaaltunnel naar Calais, door Frankrijk naar het noorden. Om dan in Yerseke de wagenzieke mosselen eindelijk wat rust te geven in een vers zoutwaterbad. In een vrachtwagen kan hooguit 20 ton. Dat eet België in een uur op. Er moet af en aan worden gereden om de honger te stillen.
Mijn boot kan honderd, nee duizend keer zoveel meenemen. Omdat hij langzaam vaart, kan er – ik heb hem daartoe ontworpen – zeewater kalmpjes door de ruimen klotsen om de mosselen te behagen. De schelpdieren worden niet zenuwachtig onderweg. Ze komen zeefris aan en kunnen meteen de pan in als Atlantische Oceaan/ Ierse Zee/Nauw van Calais/Noordzee/Oosterschelde mosselen. Veel ernstiger eco dan de oorlogsschepenkleur van de drijvers van de hangcultuur. Een vrachtwagen kan nooit zo eco worden als mijn schip dat vaak alleen maar een zeil op heeft staan. Romantische dromer, ik? Of het tien jaar duurt of twintig, ik kan het niet voorspellen. Maar vroeg of laat zal hij varen, mijn langzame boot vol Ierse eco's.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















