Alexander van Slobbe viert twintig jaar mode

Auteur: door Bregje Lampe |   donderdag 18 februari 2010 | 06:49 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 11 maart 2010 | 16:18

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Alexander van Slobbe foto Karoly Effenberger/GPD

Alexander van Slobbe foto Karoly Effenberger/GPD

Alexander van Slobbe (50) is de eerste Nederlandse modeontwerper die internationaal aanzien kreeg. Hij loopt alweer dik twintig jaar mee in het wereldje; tijd voor een tentoonstelling en een boek.

"Het is gelukkig geen overzichtstentoonstelling", haast Van Slobbe zich te zeggen. "Dergelijke tentoonstellingen worden gegeven aan mensen die dood zijn."

De tentoonstelling Stof tot nadenken in het Centraal Museum in Utrecht, geeft aan de hand van zo'n negentig kledingstukken een beeld van wat Van Slobbe de afgelopen twintig jaar heeft gedaan.

Van Slobbe begon in 1989, na een opleiding aan de Hogeschool voor de kunsten Arnhem, met het label Orson + Bodil. In 1993 brak hij internationaal door met het mannenmodelabel So, waarmee hij bijzonder populair werd in Japan. In 2004 deed hij bewust afstand van zijn oosterse succes en opende een exclusieve winkel met kleding van Orson + Bodil, het label waarmee hij tien jaar eerder was gestopt.

Als we Van Slobbe spreken, is hij aan het werk in zijn winkel. Hij borduurt, af en toe kijkt hij op om iets met Marjon Beumer – zijn 'rechterhand' – te bespreken. "Als je het niet heel erg vindt, borduur ik door tijdens het interview. Dit stuk moet vanavond af zijn."

Hij was 42 toen hij besloot om te stoppen met het label So. "Het gaat te ver om het een midlifecrisis te noemen, maar ik dacht wel: waarom heb ik dit vak ooit gekozen? Het gaat mij om het ontwerpen, ik had het gevoel dat het daar bij So steeds minder om draaide. Ik zat ten minste acht keer per jaar in het vliegtuig naar Japan, was bijna zelf het product geworden. Daar had ik geen zin meer in."

Bij Orson + Bodil ligt de nadruk op exclusief handwerk. De productie is klein – van een jasje worden twintig of dertig stuks gemaakt – en bepaalde kledingstukken komen nooit in de uitverkoop.

De titel van de tentoonstelling in Utrecht – Stof tot nadenken – is een idee van het museum, maar Van Slobbe ziet zelf ook wel in dat die goed bij zijn werk past. Zijn ontwerpen worden vaak weggezet als 'intellectuele mode'. " Met dat etiket word ik nu al een jaar of twintig belast, maar ik denk heus niet 'zo, nu ga ik eens lekker intelligent doen' als ik aan een ontwerp begin. Het heeft te maken met de vormentaal die ik gebruik, ik werk met het lichaam, mijn constructies zijn nooit een korset. Ik vind een vrije vorm interessanter dan een dwingend silhouet. Voor mij is een vrouwenlichaam meer dan borsten, taille en heupen."

Hij heeft inmiddels een luxepositie verworven in de modewereld. "Ik kan doen wat ik wil, en ik verdien genoeg geld om de boel draaiende te houden. Goed, ik ben nog steeds geen Prada, maar ik fiets elke dag met plezier naar mijn werk." Ondertussen werkt Van Slobbe volop samen met andere ontwerpers en bedrijven en is hij nauw betrokken bij de modeafdeling van de Arnhemse kunstacademie; in 2004 zette hij samen met Guus Beumer de stichting Co-Lab op om jonge ontwerpers te begeleiden.

"Ik zit al zo lang in de mode, ik wil mezelf blijven ontwikkelen. In Nederland is mode levendiger dan ooit; het is eindelijk een geaccepteerde discipline binnen de vormgeving. Ik vind het leuk om aan projecten te werken waarmee ik mode in een nog grotere context kan plaatsen." Zo kan hij nog wel twintig jaar door.



Stof tot Nadenken, t/m 16 mei in het Centraal Museum in Utrecht.

Internet: www.centraalmuseum.nl

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels