Het is net zo Hollands als de Elfstedentocht en de Deltawerken: het leesplankje van onderwijzer M.B. Hoogeveen dat begon met de fameuze woorden: aap, noot, mies. Hele generaties leerden er mee lezen en 95 procent van de Nederlanders kent het. Ja, dat geldt ook voor de allochtonen.
"Veel Turken en Marokkanen van de eerste generatie dachten door dit
leesplankje dat Mies het woord voor poes was in het Nederlands", zegt
Jacques Dane van het Onderwijsmuseum in Rotterdam. Nu speelt het befaamde
leesplankje de hoofdrol in het museum, dat veel bezoekers weer even
terugflitst naar hun schooltijd.
"O ja! De vertelselplaat! Die hadden wij ook in onze klas!", roept
een al wat oudere bezoekster. Vertelselplaat? Voor dertigers, veertigers en
vijftigers een onbekend fenomeen, maar zestigplussers kennen hem nog. De
gigantische afbeelding waarop de hoofdrolspelers van het leesplankje zijn
terug te vinden. De aap in de dakgoot, Teun die hem eruit probeert te
krijgen, terwijl het halve dorp – inclusief poes Mies – toekijkt.
Toch heeft niet iedere vijftig- en zestigplusser leren lezen met aap, noot,
mies. Op veel katholieke scholen was aap, roos, zeef het credo. "Het
was de tijd van verzuiling, hè. De katholieken wilden hun eigen plankje."
Op een zeldzaam filmpje uit 1937 zien we een Haags klasje aan de slag met aap,
noot, mies. Met hun vingertjes in de lucht 'schrijven' de leerlingen mee met
de woorden die de onderwijzer op de grote leesplank aanwijst. "Leuk hè.
Zo zie je hoe het in de praktijk werkte", zegt Dane. Al werd er in de
praktijk ook wel eens binnensmonds gemopperd over de methode. "Ieder
kind had ook nog zijn eigen letterdoosje. Dat viel regelmatig om en dan was
je aan het eind van de dag druk bezig die letters bij elkaar te zoeken",
zegt bezoekster Anneke, die samen met haar man Jan jarenlang lesgaf op een
school in Zaanstad. "Het leren lezen van kinderen was ieder jaar weer
een klein wonder. Leerden ze in augustus hun eerste woordje en in december
moest ik ouders al waarschuwen geen sinterklaaskattenbelletjes te laten
slingeren. De kans was groot dat er kinderen waren die dat al konden lezen",
zegt het echtpaar dat alle leesmethodes van haver tot gort kent.
Waarom verdween aap, noot, mies in de jaren zestig eigenlijk uit de klas? "Omdat
het wat gedateerd was. De aap aan het tuigje was uit het straatbeeld
verdwenen."
En dus leerden kinderen in de jaren zeventig en tachtig lezen met boom, roos,
vis en vuur. Toch is die methode al bijna vergeten. Waarom aap, noot, mies
niet? Dane: "Door de tekeningen van Jetses, die ook de illustraties
maakte voor Ot en Sien. Een uiterst begaafd tekenaar. Niet voor niets zie je
zijn illustraties nog altijd terug op allerlei reclame-uitingen."
Aap noot mies, t/m 22 augustus in Nationaal Onderwijsmuseum Rotterdam. 's
Maandags gesloten. www.onderwijsmuseum.nl
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















