Weduwnaar Harry Brown woont in een Londense buurt die wordt geteisterd door criminele randgroepjongeren. Wanneer zijn enige vriend na een reeks pesterijen wordt gedood door het tuig knapt er iets in de voormalige marinier. Harry Brown begint als een sociaal-realistisch portret van een man die zich door omstandigheden gedwongen ziet om in de herfst van zijn leven nog een keer een daad te stellen.
Halverwege slaat de film echter om in een bruusk wrekersdrama in de traditie
van Death wish en het thematisch verwante Gran Torino.
Om de
meedogenloze afrekening te rechtvaardigen zet regisseur Daniel Barber de
tegenstellingen zwaar aan. Toch blijft de film tot aan de rommelige
ontknoping overeind.
Dat is de verdienste van routinier Michael
Caine, die in zijn vertolking van Harry Brown effectief teruggrijpt op
vroegere personages zoals de keiharde cockney-spion Harry Palmer (The
Ipcress file) en de ongenaakbare crimineel Jack Carter (Get Carter).
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















