Texel 1945. Het is oorlog, maar niemand merkt er iets van. Het leven gaat zijn
dagelijkse gang. Tot verdriet van de fantasierijke jonge vrouw Marie
(Madelief Blanken), die zich verzet tegen de grauwe sleur. Het vooruitzicht
om met de saaie blonde zoon van een strandjutter te moeten trouwen – haar
arme ouders vinden hem een goede partij – deprimeert haar.
Maar alles verandert als een regiment Georgiërs in Duitse krijgsdienst op het
eiland wordt gestationeerd. De knappe soldaten roepen bij de licht
ontvlambare Marie fantasieën op over exotische avonturen. Hun
romantisch-impulsieve levensinstelling ('we hopen niet op wonderen, maar
rekenen erop') past bij haar verlangen naar een groots en meeslepend leven.
Natuurlijk valt ze als een blok voor één van de Georgiërs, waarmee ze de
minachting van de dorpsbewoners ('moffenhoer') over zich afroept. Het maakt
geen indruk op Marie, die de benauwende dorpsgemeenschap de oorlog
verklaart. Haar romantische droom gaat aan flarden als de Georgiërs in
opstand komen tegen de Duitsers, waardoor Texel verandert in een slagveld.
Scenarist Arthur Japin en regisseur Ineke Smitsstellen de kijker bij De
vliegenierster van Kazbek niet voor raadsels. Hun film pleit voor
verbeeldingskracht en neemt stelling tegen bekrompenheid.
Daar zijn ze weer: de gereformeerde ouderlingen uit Nederlandse films die hel
en verdoemenis preken. Maar het grootste struikelblok is Maries blik op de
werkelijkheid. De makers zien in haar een verbeeldingsrijke jonge vrouw met
lef, maar de kijker ziet een onnozele dromer, die het zicht op de
werkelijkheid verliest. Dat geldt ook voor die leuke romantische Georgiërs,
die in hun impulsieve overmoed een kansloze opstand beginnen.
Het naïeve sprookje De vliegenierster van Kazbek pleit voor
verbeeldingskracht, maar die kostte in 1945 op Texel naar schatting duizend
Duitsers en Georgiërs het leven. Het eiland was beter af geweest met minder
verbeeldingskracht.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













