Hoe hou je als Aboriginal in Australië het hoofd boven water? In het sociale drama Samson and Delilah gaat een tienerstel ten onder. Filmmaker Warnick Thornton, zoon van maatschappelijk geslaagde Aboriginals – ook die bestaan – slaagt er in zijn speelfilmdebuut Samson and Delilah perfect in om een uitzichtloos leven te schetsen.
Op een stoffig, van hitte zinderend Aboriginalkampje 'in the middle of
nowhere' lijken de tijd en de mensen volledig tot stilstand gekomen.
Een bandje oefent iedere dag buiten op een veranda dezelfde muzak, de tiener
Delilah (Marissa Gibson) helpt haar hulpbehoevende oma en de jongen Samson
(Rowan McNamara), die in een t-shirt van Nick Caves The Birthday Party
rondloopt, snuift uit verveling benzine en rijdt rondjes in een
invalidekarretje.
Het woord geestdodend is een eufemisme voor de sfeer, die door de wrange humor
dragelijk. Natuurlijk bloeit er liefde op tussen Samson en Delilah, die van
het kampje naar een grote stad vluchten als Delilahs oma sterft en zij
daarvoor de schuld krijgt.
Het brengt hen van de regen in de drup, want in de stad zit niemand op
kansloze Aboriginals te wachten. Het levert schrijnende scènes op van twee
kwetsbare jongeren die in een spiraal naar beneden belanden. Samson and
Delilah, waarin uitstekend wordt geacteerd door de twee debuterende
Aboriginalhoofdrolspelers, is een merkwaardige film. De verveelde sfeer in
de eerste helft doet denken aan droogkomisch absurdistisch theater, maar
later wordt de film een sociaal-realistisch (melo)drama. De twee stijlen
wringen met elkaar, maar wie zich daardoor niet uit de film laat slaan, ziet
een bittere aanklacht tegen sociale onverschilligheid. Maar ook een teder en
ontroerend liefdesverhaal over twee tieners die elkaar niet loslaten. Met
Samson and Delilah, dat de prijs voor beste debuutfilm won in Cannes,
presenteert Thornton zich als een groot talent.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















