Mal. Dat is toch de voornaamste term waarmee Prince of Persia: the sands of time zich laat duiden. Lekker mal, om precies te zijn.
Maar dat was eigenlijk ook wel te verwachten bij een film gebaseerd op een
exotische, gelijknamige platformgame uit 1989, over een heldhaftige prins
die heelhuids van de linker- naar de rechterkant van het scherm moest zien
te komen om zo zijn prinses uit de klauwen van grootvizier Jaffar te redden.
Er wordt in de film dan ook veel gesprongen, geklommen en geklauterd, vooral
door Dastan (Jake Gyllenhaal), de held van het verhaal. Het zijn zijn moed
en behendigheid als opstandige uk die de aandacht trekken van Sharaman, de
koning van middeleeuws Perzië. En zo wordt straatschooier Aladdin, pardon,
Dastan, geadopteerd als lid van de koninklijke familie.

Dat Mike Newell, regisseur van Four weddings and a funeral, ook epische
verhalen kan vertellen, wisten we sinds zijn Harry Potter and the goblet of
fire. Prince of Persia is een stuk luchtiger dan het duistere vierde deel in
de Harry Pottercyclus. Voor een deel is dat te danken aan de plottruc waar
het hier allemaal om draait.
Want hoe dramatisch is een sterfgeval wanneer je een toverzwaard hebt waarmee
je de tijd weer terug kunt draaien? Op gepaste momenten is de film spannend
en spectaculair, maar Prince of Persia neemt zichzelf gelukkig niet zo
bloedserieus als een andere, recentelijk verschenen, avonturenfilm dat doet.
Dat geldt zeker ook voor het kibbelende koppel Dastan en prinses Tamina
(Bondgirl Gemma Arterton), die Dastan net zo lief een kus als een knietje
lijkt te willen geven.
En zelfs aan Gyllenhaals vettige haarmatje is heel snel te wennen.
Newell biedt ons leuk en (k)luchtig vermaak, niet meer, maar ook zeker niet
minder.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















