Achteruit

Al maanden pieker ik mij suf over iets dat ik niet goed onder woorden kan brengen. Het heeft met de algemene stilstand te maken, met het feit dat we vastgelopen zijn, niet meer weten hoe we verder moeten omdat we in onszelf, maar ook in onze tijd en ons bestaan verstrikt zijn geraakt.

Ik hoor en zie en voel die stilstand overal om mij heen. Ze heeft een politiek, sociaal, maar ook hoogst persoonlijk karakter aangenomen. Ze scheldt en tiert en raast. Ze is een soort naar binnen gekeerde gekte, maar dan wel een bozige en nare gekte. Ze vreet alles aan en zet alles stil. Het is zoiets als een morele en mentale crisis, een vermoeidheid van onze cultuur, een gebrek aan spankracht en moed, een teveel aan cynisme en verveling. Wat nu? Ik zou het niet weten.

Toch heb ik het vage besef dat we terug moeten, achteruit in de richting van wat we ooit hadden, maar nu kwijt zijn. Wat ik bedoel is dat we de waarden die we de afgelopen 50 jaar achteloos overboord hebben gegooid, zouden kunnen heroverwegen of minstens opnieuw tegen het licht houden. We moeten een manier vinden om een einde te maken aan de verwarring waarin we bijna ongemerkt alles dreigen te verliezen, onze vrijheid en democratie nog het meest. We moeten daarom achteruit om weer vooruit te kunnen.

Historisch geschoolde mensen zullen zeggen dat ik zoiets als een restauratie op het oog heb, een vlucht in een afgedane benepenheid en een tot op het bot versleten benardheid. Maar dat bedoel ik niet. Wat ik bedoel is nu net wat ik met geen mogelijkheid kan uitleggen. Laat ik er heel voorzichtig dit over zeggen: de wereld heeft veel meegemaakt, ze is door schade en schande wijs geworden en ze heeft in de loop van de eeuwen belangrijke ervaringen opgedaan. Er liggen enorme hoeveelheden beproefde inzichten, waardevolle idealen en veel bruikbare kennis opgeslagen in ons verleden. Kunnen we daar niet op terugvallen, zonder bang te zijn om voor ouderwets of oerconservatief te worden aangezien? Het moet iets zijn dat ons weer optimistisch maakt en dat zich verre houdt van de populistische onverdraagzaamheid die alles verstikt.

Het moet ook iets zijn dat weliswaar in de ervaringen van het verleden moet worden gezocht, maar dat toch toekomst heeft, vooruit wil, vernieuwing nastreeft, creatief is, visie heeft. Het moet vooral iets zijn dat het slechte humeur, de latente twijfel en het diepe wantrouwen uit ons bestaan verdrijft. We zitten om een nieuwe manier van denken verlegen, om een ander beeld van onszelf, om vertrouwen in elkaar en in de samenleving. Ik vraag natuurlijk te veel. Maar zonder te vragen blijven de antwoorden achterwege. En zonder te willen mag je nergens op hopen. Dus pieker ik verder, zoekend naar de juiste woorden voor wat geen zwijgen meer verdraagt.

  1. Het vermorgen

    Het vermorgen

    Er zijn nog steeds dingen die mij naar de keel kunnen grijpen. Zoals de brief die de Amerikaanse schrijfster Amy Krouse Rosenthal naar de New York Times schreef. Daarin laat ze weten dat ze terminaal ziek is en dat haar man Jason na haar aanstaande dood een lieve en toegewijde vrouw nodig heeft. Amy is gelukkig geweest met haar Jason en haar drie kinderen. Jason heeft niet alleen het recht op voortgezet en blijvend geluk, maar ook de plicht naar dat geluk op zoek te gaan. 

Columns