Buurmans gek

Nooit met de politie in aanraking geweest. En nog minder met justitie. Een blanco strafblad. Hooguit tien verbaaltjes in een halve eeuw. Ziedaar! Ik ben een keurige man en een brave borst!

Maar toch wil ik dat niet echt zijn. En in het diepst van mijn gedachten ben ik dat ook niet. Er woelt altijd enig verzet in mijn kop. Ik lig nog liever een beetje dwars dan languit op een bed van rozen.

Zo nu en dan maak ik mij kwaad, zo kwaad zelfs dat iedereen maar beter uit mijn buurt kan blijven. Als het over is, weet ik weer dat ik gelukkig geen keurige man en ook geen brave borst ben. Wat mij bepaald niet ontevreden stemt.

Om de een of andere reden heb ik altijd gevonden dat een mens zich maar beter op het randje kan bewegen dan in het veilige midden. Een kleine onaangepastheid en een lichte ongehoorzaamheid moeten kunnen. Een enkele wetteloosheid mag. Ook enige burgerlijke weerstand hoort er bij. Een kwade gedachte is geoorloofd zolang je haar maar niet de vrije loop laat. En een weloverwogen ondeugendheid is niet alleen toegestaan, maar zelfs gewenst. Want in het gareel is niemand vrij en al helemaal niet zichzelf. En in een dwangbuis lig je lekker, zolang je je maar niet zelfstandig en vrij wilt bewegen.

Dat is ook het bezwaar dat ik tegen elke vorm van politieke correctheid heb. Ze dient om anderen te laten zien hoezeer jij het bij het ware eind hebt, maar tegelijk ook om jouw incorrecte boosaardigheden te verheimelijken. Het is angst voor je echte opvattingen. Het is gespeelde goedheid die je met lafheid verhult. Daarom kan het geen kwaad om zo nu en dan de hand te lichten met regels die net iets te dwaas, en met voorschriften die net iets te onredelijk zijn. Zoals het ook geen kwaad kan af en toe de hand te lichten met uitgesproken verstandige regels en buitengewoon redelijke voorschriften. Je moet alleen niet overdrijven. Maar je moet ook niet bang zijn om tot aan het randje te gaan.

Kortom, al te goed is buurmans gek. En al te braaf is buurvrouws dwaas. Ik heb altijd gevonden dat je een nek hebt om hem zo nu en dan uit te steken. En dat morele kleurloosheid wel veilig en comfortabel, maar ook dodelijk voor een goed leven is. Dus moet je de grens opzoeken om daar pas te beslissen of je haar al of niet overschrijdt.

Ik neem graag een loopje met alles dat moet of niet mag. Het is een onschuldige manier om me op de been te houden in een wereld die mij altijd weer de morele maat wil nemen. Noem het verlossende ongehoorzaamheid. Of bevrijdende dwarsliggerij. In dat grensgebied speelt de kunst van het leven zich af. Daar ben je wat je bent.

  1. Het vermorgen

    Het vermorgen

    Er zijn nog steeds dingen die mij naar de keel kunnen grijpen. Zoals de brief die de Amerikaanse schrijfster Amy Krouse Rosenthal naar de New York Times schreef. Daarin laat ze weten dat ze terminaal ziek is en dat haar man Jason na haar aanstaande dood een lieve en toegewijde vrouw nodig heeft. Amy is gelukkig geweest met haar Jason en haar drie kinderen. Jason heeft niet alleen het recht op voortgezet en blijvend geluk, maar ook de plicht naar dat geluk op zoek te gaan. 

Columns