Drie glaasjes

Een briefschrijfster reageerde honend op een bericht in de krant dat volgens het Trimbosinstituut de hoger opgeleide ouderen te veel drinken. Ze was er gauw klaar mee. 'Het leven is zo voorbij en dat weten de ouderen maar al te goed. Vandaar dat pilsje of wijntje', schreef ze.

Ik zette mij na het lezen van haar brief meteen aan een gewetensonderzoek. Eerst de vraag of ik hoger opgeleid ben. Het antwoord daarop is moeilijk te geven, want ik heb het vroeger op de middelbare school danig verbruid. Dat ik later met veel kunst- en vliegwerk in de journalistiek ben beland, was inderdaad een kwestie van veel kunst- en vliegwerk.

Dan de vraag of ik te veel drink. Opnieuw is het antwoord moeilijk te geven. Ik zit op twee glaasjes wijn per dag, al kan er per ongeluk ook wel eens een derde glaasje aan te pas komen. Last heb ik er niet van. Eenzaamheid of moedeloosheid zijn niet in het geding. Wel stel ik mij af en toe de vraag of het toch niet wat minder zou kunnen. Maar na die vraag bevestigend beantwoord te hebben, zet ik mij de volgende dag opnieuw aan een glaasje wijn. En vervolgens nog een.

Doe ik dat omdat - zoals die mevrouw in de krant schrijft - 'het leven zo voorbij is, iets wat de ouderen maar al te goed weten'?

Het antwoord op deze vraag is welbeschouwd helemaal niet moeilijk te geven. Want ik leef in wat Geert Mak ooit 'de genadejaren' noemde en wat ik zelf als de geleende tijd beschouw. In het bewustzijn daarvan wandel ik graag, lees veel, ga regelmatig op reis, luister eindeloos naar muziek, bezoek mooie tentoonstellingen, geniet van de natuur, probeer een fatsoenlijk iemand te zijn en drink daarom twee glaasjes wijn per dag.

Jawel, ik ben een bevoorrecht mens die zich bewust is van de eindigheid van het leven en de beperkte tijd die hem nog rest. Als ik mij op de late namiddag dat eerste glaasje wijn inschenk, doe ik dat niet omdat ik bang ben voor de dood, maar om te vieren dat ik nog leef, en dat diegene met wie ik mijn leven deel er ook nog is. Met het tweede glaasje vier ik mijn vrienden en verder alles dat mij nog steeds boeit en bezighoudt. Mocht ik dan nog aan een derde glaasje toekomen, dan drink ik dat in het troostrijk besef van de betrekkelijkheid van alle dingen, dus ook van die drie glaasjes wijn. Want het leven gaat snel. En de gebreken van de ouderdom zijn er voordat je het weet.

Ik vraag mij af of ze bij het Trimbosinstituut met dat soort overwegingen rekening houden. En of ze weten dat het leven iets heel anders is dan de brave statistiek van wat een mens maar beter kan laten.

  1. Vloeken

    Vloeken

    Altijd al gedacht: vloeken helpt! Het is door geleerden van internationale topuniversiteiten bevestigd. Als je vloekt, ben je eerlijk. Dat wist ik al jaren. Ik heb vaak mijn kop gestoten, wat met oprecht gebruik van veel krachttermen gepaard ging. Als je letterlijk je kop stoot is dat pijnlijk voor je kop, maar als je je kop in figuurlijke zin stoot, is dat pijnlijk voor jezelf. Dus geef je je over aan een ogenblik van volstrekte, maar ook goudeerlijke onbeheerstheid die niet netjes, maar wel nuttig is.
  2. Orakelspreuk

    Orakelspreuk

    Wat is het toch jammer dat een mens pas laat in zijn leven ontdekt dat hij zichzelf nooit zal leren kennen. Hij moet alles gehad hebben om te weten dat zelfkennis een illusie is. Wat je voor zelfkennis aanziet is de kennis van ingesleten gewoonten, vaste denkpatronen, onveranderlijke manieren van uitdrukken, voorspelbare reacties en hardnekkige karaktertrekken. Als je die allemaal op een rijtje zet, krijg je inderdaad de indruk dat je jezelf kent. Maar daarmee weet je nog niet wie je bént.