Sportzomer

„Hoe kom jij deze eindeloos lange sportzomer door?”, vroeg een enigszins vertwijfelde vriend mij. Hij moet, net als ik, niet veel van sport hebben, althans niet veel van de publieke bijverschijnselen ervan. Ik vertelde hem dat ik jarenlang met dat vraagstuk heb geworsteld, maar dat ik mij nu kiplekker voel. Want de voordelen van een sportzomer wegen ruimschoots op tegen de nadelen ervan.

Vroeger hinderde al dat gedoe mij, nu valt het gewoon van mij af. Als ik er toentertijd een nijdig stukje over schreef, kreeg ik van mijn lezers te horen dat ik een snob was of mij interessant probeerde te maken. Er was immers al ellende genoeg in de wereld en dus mochten de mensen zich gerust een paar weken in de sport verliezen.

Sindsdien beschouw ik de sportzomer als een gat in de markt voor alle mensen die zich er niet mee bezig willen houden. Want de wereld van de niet-sportliefhebber wordt de komende twee maanden een stuk ruimer in plaats van enger. Die wereld opent zich. En schikt een eindje op. Immers, al die sportliefhebbers klonteren op één plaats en rond één onderwerp samen, zodat jij opeens alle ruimte krijgt. De mooie zomeravonden zijn helemaal van jou. In bossen en parken is het aangenaam stil. Je kunt gaan en staan waar je wilt.

Kon een sportzomer vroeger niet gauw genoeg voorbij zijn, nu kan hij wat mij betreft niet lang genoeg duren. De sportzomer houdt iedereen van de straat. Het geraas verstomt. De nationale ruzies vallen een ogenblik stil. En voor de gangbare hypes is even geen tijd. Misschien stopt zelfs het getier en geraas op de sociale media een paar weken. Want woede en onvrede maken nogal eens pas op de plaats zodra ze door brood en spelen worden vervangen. Ik geloof allang niet meer dat sport verbroedert. Maar ik geloof wel dat sport de aandacht afleidt. En dat is precies wat er in deze sportzomer gebeurt. Wat wil je nog meer?!

Mijn vriend keek mij stomverbaasd aan en vroeg: „Geloof je dat allemaal echt?” Na wat ongemakkelijk gepieker bekende ik dat ik het inderdaad niet echt geloofde. Ik zei: „In dat opzicht ben ik geen haar beter dan de echte sportliefhebber. Die ziet de komende weken de platte commercie, het grote geld, de hooligans, de doping, de opgeblazen sportbobo’s, de krankzinnige salarissen van de sterren en de wereldwijde hysterie, maar hij maakt zichzelf wijs dat het allemaal om de puurheid van de sport, de grootse prestatie, de onversneden sportiviteit, het olympisch ideaal, de goudeerlijke wedstrijd en de brandschone atleet gaat.”

Mijn vriend knikte. Ook hij weet dat niks zo bedrieglijk is als dat wat je denkt te zien, maar er niet is. Een mens wil bedrogen worden. Ook diegene die niet van sport houdt en de wereld even voor zichzelf denkt te hebben.

  1. Het vermorgen

    Het vermorgen

    Er zijn nog steeds dingen die mij naar de keel kunnen grijpen. Zoals de brief die de Amerikaanse schrijfster Amy Krouse Rosenthal naar de New York Times schreef. Daarin laat ze weten dat ze terminaal ziek is en dat haar man Jason na haar aanstaande dood een lieve en toegewijde vrouw nodig heeft. Amy is gelukkig geweest met haar Jason en haar drie kinderen. Jason heeft niet alleen het recht op voortgezet en blijvend geluk, maar ook de plicht naar dat geluk op zoek te gaan. 

Columns