Volledig scherm

Klassiek: Rossini's Stabat Mater in zijn oerversie

RECENSIE - Negen jaar vóór de Parijse première in 1842 kwam Rossini's Stabat Mater al in Madrid tot klinken. Maar de componist ontbrak het toen aan tijd om het werk zelf te voltooien. Van de dertien delen kreeg hij er slechts zes af. Gelukkig was daar zijn repetitor Giovanni Tadolini (1789-1872). Hij hielp de meester met zeven delen uit de brand.

Bizar
Het is deze oorspronkelijke versie die Naxos nu voor het eerst op cd presenteert. Met dank aan dirigent Antonio Fogliani (1976). Die orkestreerde de slechts in pianopartij overgeleverde aanvullingen van Tadolini speciaal voor het XXIIIe Rossini in Wildbad Festival, al weer vijf jaar geleden.

Ik vond het een bizarre maar tegelijkertijd kostelijke luisterervaring. Na het openingsdeel van Rossini krijg je meteen zes aria's en ensembles van Tadolini voorgeschoteld alvorens we ons met het kwartet Sancta Mater weer op vertrouwd terrein mogen begeven.

Redder in nood
Schitterende muziek hoor, die stukken van Rossini's redder in nood. Maar de allure en statuur van de naderhand gecomponeerde vervangende delen hebben zij niet, hoe melodieus het ook allemaal klinkt. Van de andere kant: in de 1833-versie staan ze de andere zangnummers ook niet in de weg.
De grootste verrassing? Het gewijzigde slot: een knappe fuga van Tadolini die echt niet onderdoet voor Rossini's magistrale afsluiting uit 1842.
We krijgen het allemaal voorgeschoteld in prima live uitvoeringen. Voor de vier solisten Majella Cullagh, sopraan, Marianna Pizzolato, mezzosopraan, José Luis Sola, tenor, en Mirco Palazzi, bas, ook niets dan lof. Al is de hoogte van de eerstgenoemde in de tracks 6 en 11 niet echt ontspannen.

Ook aan Giovanna d'Arco, Rossini's cantate voor mezzosopraan en piano uit 1832, is het nodige gesleuteld. Dit keer door Marco Taralli (1967). Zijn orkestratie mag er wezen.

Gewicht
Tarelli's instrumentatie geeft dit stuk over Jeanne d'Arc en haar band met ouders en vaderland meer inhoud en gewicht. Voeg daarbij de schitterende, soevereine vertolking door Marianna Pizzolato en het moge duidelijk zijn dat ook deze wereldpremière alle belangstelling van de liefhebbers van het Italiaanse belcanto verdient.