Volledig scherm
© albumhoesje

Klassiek: Zanger zoekt de diepte op

RECENSIE - Hoe ernstig wil je het hebben? In zijn Vier ernste Gesänge uit 1896 gaat Johannes Brahms (1833-1897) best ver. Dood, vergankelijkheid, opstandigheid, berusting: het komt allemaal wel binnen in deze uitvoering. Bariton Matthias Goerne klinkt donkerder dan naaste concurrent Dietrich Fischer-Dieskau, dramatischer ook en tegelijkertijd minder berekenend. Hier is een zanger aan het woord die de diepte opzoekt en ons Brahms' emotionele betogen op natuurlijke wijze voorschotelt, zonder de luisteraar met het vingertje te willen beleren.

Fenomenaal
Goerne weet ook de dwingende inhoud van het laatste, uiteindelijk zeer hoopvolle gezang Wenn ich mit Menschen- und mit Engelszungen (waarvan de tekst vaak tijdens kerkelijke huwelijkssluitingen wordt gebruikt) optimaal voor het voetlicht te brengen. Zijn imposante stemgeluid komt in brede frases uit de boxen, ondersteund door de fenomenale begeleiding van Christoph Eschenbach. De pianist verstaat de kunst om telkens weer voor extra impulsen te zorgen. Soms trekt hij daarbij schijnbaar zijn eigen pad. Als hij, wanneer Goerne even zwijgt, de kans krijgt, voert Eschenbach de expressie nog een tandje op. Adembenemend.

In mineur
Aantrekkelijk is deze cd van Harmonia Mundi ook door de in de zomer van 1864 gecomponeerde Lieder und Gesänge opus 32, op teksten van Karl August graaf Von Platen en Georg Friedrich Daumer. Opnieuw klinkt de muziek in mineur, perfect aansluitend bij de melancholieke, soms zelfs bitter sarcastische gevoelens van de teleurgestelde ik-figuur. De sfeer sluit duidelijk aan bij Schuberts Winterreise. Het grillige verloop van de vocale lijnen, de veeleisende pianopartij: voor dit klasse duo is het gefundenes Fressen.