Volledig scherm
Robert Palmer - Collected © PR

Niet alles is goud wat er blinkt bij Robert Palmer

RECENSIE - Afhankelijk van welke generatie je stamt, herinner je je Robert Palmer van z’n verlichte pop met een vleugje reggae, zoals in Best of both worlds, of van z’n stampende bombast zoals in Some like it hot, met Powerstation. Die eerste bevalt het beste.

Dat leert ook de compilatie van zijn werk die in de Collected-reeks is uitgebracht.

Kameleontische muzieksmaak
Palmer, veel te jong, op 54-jarige leeftijd in 2003 overleden in Parijs, is een artiest met een kameleontische muzieksmaak, kun je uit deze rijke uitgave afleiden. Of hij is zo’n artiest op wie een producer alle muziek kan projecteren, rijp voor een Last Night Of The Proms, zeg maar.

Op de drie cd’s schiet het alle kanten op. De samenstellers hebben gegrasduind in de periode dat hij voor Island opnam en gingen door z’n EMI-archief heen. Voorts is er een greep gedaan in bijzondere opnamen, de gebruikelijke (re)mixen en zijn allervroegste werk, voor The Alan Bown Set en Vinegar Joe, waar hij Elkie Brooks als zangeres aan zijn zijde had.

Geen gram teveel
De muziek voor Island steekt er bovenuit. Palmer heeft in die tijd, de jaren zeventig, de beste hand van liedjes schrijven of de beste hand van liedjes van anderen kiezen. Every kind of people, Can we still be friends, Johnny and Mary en Looking for clues zijn zonder uitzondering gevatte, vindingrijke popnummers waar geen gram teveel aan zit en waar nog lang geen sleet op zit. Dat wordt anders zodra de jaren tachtig de kop opsteken en het materiaal niet meer zo goed is of lijdt onder een overstuurde productie die elke nuance wegblaast.

Verdiend
Het beste wat je van deze uitgave kunt zeggen, is dat-ie wel in de volle breedte recht doet aan de carrière van de Brit, die toch een dikke drie decennia overspant. Dat heeft de goede man wel verdiend.​