Een jaar geleden werd er een inkomensgrens ingevoerd voor sociale huurwoningen. Mensen die tussen de 33.000 en 43.000 euro verdienen, kunnen geen kant op op de woningmarkt, blijkt nu. Waarom is hier bijna niets tegen te doen in Brussel?
Wie wat zou willen veranderen aan de Europese beschikking, moet in Brussel zijn. In 2007 klaagde de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed (IVBN) hier bij eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging) dat sprake was van staatsteun aan Nederlandse woningbouwcorporaties omdat zij goedkopere leningen kregen en steeds vaker actief waren op commerciële markten.
Met voormalig minister Van der Laan (Wonen, Wijken en Integratie) kwam Kroes overeen dat sociale woningbouw alleen nog verhuurd mocht worden aan 'achtergestelde Nederlanders'. De inkomensgrens werd op 33.614 eurogezet.
Toezegging eurocommissaris
Toen dit jaar duidelijk werd wat de gevolgen zijn van die inkomensgrens - middeninkomens vallen tussen de wal en het schip - werd de roep er iets aan te doen steeds groter. In Nederland roerden woningbouwcorporaties verenigd in Aedes, de Woonbond, het parlement en gemeentes zich. In Europa wond parlementariër Dennis de Jong (SP) zich op. Hij ging praten met de opvolger van Kroes, Joaquín Almunia.
De Jong: "De belangrijkste toezegging die ik van de eurocommissaris loskreeg, was dat hij bereid is informeel naar de situatie te kijken, als de minister hem deze voorlegt. Als dan blijkt dat een wijziging van de beschikking door de Europese Commissie voor Nederland onvoordelig zal uitpakken, zal de minister dat tijdig weten en kan hij alsnog besluiten af te zien van een formeel verzoek tot herziening."
Donner terughoudend
Maar minister Piet Hein Donner, in wiens portefeuille deze problematiek tot afgelopen vrijdag zat, was terughoudend. Volgens zijn woordvoerder Richard Gielen omdat hij een 'heel goed verhaal moet hebben' in Brussel.
"Onder deze beschikking komt ongeveer 40 procent van de Nederlanders in aanmerking voor een huurwoning in de sociale huursector. Als je de inkomensgrens op zou hogen naar bijvoorbeeld 38.000 euro, zou je aan moeten tonen dat tot 60 procent van de Nederlanders een achtergestelde positie heeft. Dat is lastig."
Inventarisatie
Ook loopt Nederland het gevaar dat die beschikking, waarover jarenlang onderhandeld is, in gevaar komt en er zaken ingeleverd moeten worden. De minister erkent inmiddels wel dat er een 'probleem' is.
Gielen: "De minister is bezig met een inventarisatie van het toewijzingsbeleid. Hij wil weten waar en op welke schaal de problemen zich voordoen. Het gaat er vooral om in hoeverre de corporaties de 10 procent ruimte benutten die zij kunnen toewijzen aan inkomens boven de 33.000 euro. De minister hoopt in januari de resultaten beschikbaar te hebben. Verder behandelt de Kamer volgend jaar de nieuwe woningwet. Daarin wordt het mogelijk dat corporaties op regionaal niveau de niet-benutte ruimte van elkaar kunnen overnemen."
Soepeler met inkomensgrens
Onlangs leek er weer hoop te zijn voor voorstanders van verhoging van de inkomensgrens. Het Europees Parlement nam een motie aan (een 'resolutie' in Europese termen) met als boodschap dat het wat de europarlementariërs betreft allemaal wat soepeler zou kunnen met de inkomensgrens.
Hiep, hiep, hoera? Nee dus. "Een stemming over een motie van het Europees Parlement, betekent nog niet dat de Europese Commissie een besluit heeft genomen", zegt De Jong. "Het is daarom veel effectiever nu zo spoedig mogelijk in te gaan op het aanbod van de eurocommissaris informeel met hem te overleggen."
Afspraken niet van tafel
Gielen beaamt dat de specifieke afspraken met Nederland over de steun voor woningcorporaties niet ineens van tafel zijn. "Die moeten, tot we daarover iets anders horen, gewoon worden uitgevoerd."
De minister roept huurders die tussen wal en schip vallen op zich te melden bij de woningbouwcorporaties. "Ook zijn huurwoningen vaker te koop. Dat kan ook een mogelijkheid zijn." zegt Gielen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















