Beusichem, voor altijd mooie herinneringen

Als ik langs of door Beusichem fiets, bekruipt me altijd een lekker gevoel. Ben ik ineens weer 22 jaar en een talentvol hardloper. Meestal drijft dat gevoel snel weg, maar nu blijft het hangen. Hoe dat komt?

Heel eenvoudig, ik heb een greep in de bovenste la van mijn bureau gedaan. Daar liggen veelal vergeelde krantenknipsels. Voor een deel zijn dat door mijzelf geschreven stukjes uit mijn tijd als sportredacteur. Een ander deel bestaat uit stukjes die over mij gaan, uit de tijd dat ik nog geen last van mijn knieën had en nog regelmatig wedstrijden liep.

Van de week greep ik de Veluwepost (het Wageningse huis-aan huis-blad) van 30 april 1980. Het was een voorbeschouwing op de jaarlijkse Singelloop op Koninginnedag, destijds een loop die ertoe deed. Bij de kanshebbers op de zege viel mijn naam.

‘Arnold Winkel, die zich in zes maanden heeft ontwikkeld van trimmer tot langeafstandspecialist. Zijn persoonlijke record van 1 uur en 14 minuten op de 21 kilometer geeft aan waartoe hij op de Singelloop in staat moet zijn.’

En waar liep ik die mooie tijd? Juist in Beusichem, tijdens de Meentloop aldaar. Ik had nog nooit zo’n eind gelopen. Onbevangen liep ik mijn clubgenoten naar huis en werd vierde. Een mooie toekomst als atleet lag in het verschiet.


Deze tijd heb ik overigens nooit meer verbeterd. Ook daar denk ik weleens aan als ik door of langs Beusichem rijd.