Studentes op de Bornsesteeg, op de achtergrond de Wageningen Universiteit.
Volledig scherm
Studentes op de Bornsesteeg, op de achtergrond de Wageningen Universiteit. © Herman Stöver

Een ouder wordende Wajo tussen de stutten

Toen ik nog op de lagere school zat, de Cunera school in Wageningen, vond ik studenten eigenlijk maar rare wezens. Tegenover onze school aan de Heerenstraat, waar nu de Wilde Wereld te vinden is, had je Heerenstraat 6.

Een monumentaal pand waar leden van het studentencorps Ceres woonden. En in die tijd, zo’n halve eeuw geleden, was het zo dat nieuwe studenten (feuten) kaalgeschoren aan hun Wageningse studententijd begonnen. En dat viel op in een tijd dat lange Beatles-haren in de mode kwamen. Rare lui, die stutten zoals echte Wageningers die studenten toen noemden.

Mooiste meisjes
Wajo’s, Wageningse jongeren waar ik er een van was, kwamen amper met studenten in aanraking. Behalve misschien de mooiste meisjes uit de stad, die welkom waren op studentenfeestjes.

Hoe het ook zij, destijds was Wageningen echt de stad der tegenstellingen waar dr. Regeling ooit een sociologische studie over schreef vanuit het standpunt van de zich verheven voelende wetenschappelijk geschoolde import. Als ik zijn boek weer eens herlees kan ik er nog steeds een beetje boos om worden. Dat is veranderd: anno nu verheugt de stad zich op de invasie van al die nieuwe jongelingen die de stad een vitale impuls gaan geven.

Scherpe kantjes
Je voelt die jonge geest de stad instromen. Altijd weer mooi om te zien die fietsende meute: verwonderd kijkend naar de stad waar ze meestal de komende vijf jaar zullen verblijven. En hoewel ze vaak weer vertrekken: ook zij koesteren de stad. Wajo’s en stutten, de scherpe kantjes zijn er vanaf. Gelukkig maar.

Want vandaag zit deze oude wajo op de campus tussen duizenden stutten.